Geloven & Leven, Geloven & Spiritualiteit

Het Misleidende Moeten


Getagd: , , .

Uit betrouwbare bron vernam ik dat orthodoxe christenen 20 jaar achterlopen bij de samenleving. Ik vermoed dat er nog wel andere schattingen zijn die hoger uitkomen. De uitspraak kwam ik tegen in een artikel in het Nederlands Dagblad van de hand van Ad de Bruijne. Hij is hoogleraar Ethiek en Spiritualiteit aan de Theologische Universiteit in Kampen. Zijn punt is dat de samenleving al weer jaren roept om meer regels en grenzen, terwijl orthodoxe midlifers nog steeds allergisch zijn voor het ‘moeten’ in hun manier van geloven. Ad de Bruijne stelt in een prikkelend stuk dat bij alle goede bedoelingen er een dwaling dreigt.

“Deze dwaling heet antinomianisme. Zij ging in de kerkgeschiedenis vaak samen met enthousiasme voor spiritualiteit, ervaring en Geest. Precies diezelfde combinatie wint vandaag opnieuw terrein.”

prof. Ad de Bruijne, hoogleraar Ethiek en Spiritualeit, ThUK Ik wreef bij eerste lezing even m’n ogen wat uit, zo snel gaat het hier. Vervolgens liet het me niet los. Een mooie reflectie las ik in de blog van Jos Douma, ‘Moeten’ moet niet. Ik wil zelf graag iets kwijt over de spanning tussen ‘moeten’ en spiritualiteit. Daar mis ik iets in het verhaal van De Bruijne, dat tegelijk een groter verhaal is van kerken, christenen, zoekers, afhakers en sceptici. En het is een groter verhaal van christelijk geloof in de context van maatschappij en cultuur.
Eerlijk gezegd vind ik daarom dat Ad de Bruijne, in een strak stukje proza teveel lostrekt. Niet zo erg als er nog een vervolg komt, maar op dit moment wel een storing voor zijn boodschap.

Maatschappelijk vind ik het niet sterk als hij meelift op de roep om meer regels en normen. Zoiets staat in een nogal gemêleerde context waarin ook een Geert Wilders gedijt. Waarin een Obama afscheid tracht te nemen van de angst-ehtiek van Bush. Dat soort gegevens hadden in mijn ogen Ad de Bruijne voorzichtiger of specifieker moeten maken. Nu lijkt het teveel een slag in de lucht als het gaat om de maatschappelijke context. Hang naar regels hoeft niet bepaald een teken van vooruitgang en verdieping te zijn in Nederland anno 2009.

Misschien is het een beter idee gelovigen niet deze maatschappelijke trend te laten volgen, maar vanuit het volgen van Jezus voor de maatschappelijke ontwikkeling uit te leren lopen? Dat zou persoonlijk mijn wens zijn.

Hoe zit het nou met het ‘moeten’ en christelijk geloof? Ben ik te allergisch om het gelijk in te zien van dit verhaal? Nou, allergisch wel, maar niet zozeer om het niet eens te zijn met wat ik zie als het harde punt van Ad de Bruijne: christelijk geloof is niet vrijblijvend. Volgens mij is Boeddhisme dat ook niet, of welke wereldreligie of andere overtuiging dan ook. Een overtuiging heeft juist als kenmerk dat het leidt tot bepaalde denkbeelden en gedrag. Waarom ik het de moeite waard vind erover te bloggen, is dat ‘moeten’ een zeer misleidend ding is, zeker als het gaat om christelijke spiritualiteit. Ik zou zelfs de stelling durven verdedigen dat het ‘moeten’ in veel gevallen de dood is voor christelijke spriritualeit.

Imposant bord met de Tien Geboden in de Pelgrimvaderskerk DelfshavenLaatst zat ik op een symposium over nieuwe kerkvormen, de zogenaamde beweging ‘Emerging Church’ in een oude kerk in Delfshaven. Ik keek recht tegen het imposante bord aan met de Tien Geboden. ‘Godt’ met ‘dt’ geschreven als was het een werkwoord… Dat herinnerde me aan het feit dat veel kerken nog de gewoonte hebben elke zondag de Tien Geboden voor te lezen. Iemand sprak me daar laatst op aan, het was geen midlifer, maar eerder iemand uit de nieuwe generatie christenen die in Amsterdam op zoek is naar spirituele vernieuwing. De persoon maakte ze zich zorgen om dat gegeven, dat al die kerkgangers zo sterk gefocusd lijken op die wetslezing. Ik begreep die zorg en deel die ook wel. Niets mis met de Tien Geboden, maar het is niet zonder risico voor je spiritualiteit om daar zo mee om te gaan.

Het Nieuwe Testament bevat zelf het woordje moeten, toch? Ja, maar ook hier is ‘moeten’ wat misleidend. In de Nieuwe Bijbelvertaling komt het 447 keer voor. Maar al scrollend ontdek je al heel wat normaal taalgebruik dat weinig te maken heeft met regels. Als ik naar de sportschool fiets ‘moet’ ik bij de Hema rechtsaf. Tja.
Een ander aantal van die zinnen gaat over praktische consequenties. En dat vraagt wel om een groter kader, omdat de optelsom van dergelijke uitspraken zomaar leidt tot een plichtsethiek die niet past bij de spiritualiteit van Jezus. Iets daarvan proef je als je kijkt hoe vaak het woordje ‘gebod’ of ‘geboden’ voorkomt: maar een fractie ten opzichte van ‘moeten’: 55 keer. En je mag raden wat de meest voorkomende zin is rond de geboden: het gebod van Jezus om God boven alles en je naaste als jezelf lief te hebben. Het is een rode draad. Het was geen oppervlakkigheid of allergie toen Augustinus eeuwen geleden opmerkte: “Heb lief en doe wat je wilt”. Wie iets van de liefde van Jezus verstaat kan vanuit het hart van het evangelie keuzes maken. Inderdaad: niet vrijblijvend, maar dat is iets anders dan een ‘moeten moet’ manier van denken. Moeten is niet nodig voor wie anders binnenkomt.

Waarom dit me prikkelt is de combinatie van ethiek en spiritualiteit. Natuurlijk snap ik dat misbruik mogelijk is van woorden als ‘liefde’ en ‘vrijheid’. Maar dat hef je niet op met ‘gepuber’ te laten stoppen. Volwassenheid heeft een geestelijk gezonde spiritualiteit nodig. Zonder dat blijven we rondjes draaien en geestelijk onvolwassen. Ik denk zelf aan woorden van Jezus over ‘moeten’ die als gezonde ingang kunnen dienen voor spiritualiteit (Matteus 16,24):

“Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en mij volgen.”

Jezus geeft hier aan dat als je gelooft om je eigen ego te masseren, je niet bij hem moet zijn. Geloven is Jezus volgen. En Jezus volgen is net als hij een kruis opnemen. Durven lijden, durven sterven aan jezelf. Kunnen loslaten en je overgeven aan God. Je diepste innerlijk toewijden aan de Eeuwige. Kind aan huis zijn bij de Vader en zo de wereld in kijken en je leven vormgeven. Misschien moeten juist gelovigen daarom nog wel veel meer loslaten aan zekerheden, regels en vormen om opnieuw bij de ziel van het geloof te komen. Om te doen wat Augustinus al zei: heb lief en doe dan maar wat je wilt.