Geloven & Leven, Geloven & Spiritualiteit

De slechte mens?


Getagd: , , , , , , .

Hoe goed of hoe slecht is de mens? De vraag boeit me, en ik vraag me af of ik er nog net zo over denk als tien jaar geleden. Als ik zo even weer wat blader door theologische boeken merk ik weer hoeveel er over deze vraag is gezegd, bedacht en geconstrueerd. In mijn herinnering was het een stuk simpeler. Ik zie het op een schoolbord staan met krijt: drie meningen. De eerste stelt: de mens is goed, maar door omstandigheden gaat ‘ie wel de fout in. Nummer twee zei zoiets als: de mens is ziek, er is iets goeds, maar dus ook iets van kwaad in de mens. De derde optie was radicaler en stelde trefzeker: de mens is niet goed, niet ziek, maar dood. Dit laatste dan ‘van nature’, ten slotte staan veel mensen gelukkig nog op hun benen. In de meningen zouden humanisten, katholieken en gereformeerden te herkennen zijn.

Nou is dit laatste zo uit mijn beperkte herinnering en ik kies er nu bewust voor niet heel diep theologisch te gaan zitten theoretiseren. Mijn belang is praktischer, menselijker en persoonlijker. Ik merk dat er in traditievorming zich iets vormt, en voor mijzelf is dat op dit punt onbevredigend. Ik kan niet zoveel meer met een visie die er op neerkomt dat de mens slecht is. Ik geloof dat het nogal vaak meevalt. Veel mensen hebben veel goeds in zich.

Philip Zimbardo die in 1971 het Stanford Prison Experiment uitvoerdeIs de mens dus volgens mij goed? Nee, dat is ook te simpel. Wie ooit iets gelezen heeft over het beruchte Stanford Prison Experiment, vergaat het wel om de mens in wezen goed te vinden. Dit experiment met vrijwillige gevangenen en bewakers liep in zes dagen uit in volstrekte ontaarding. Het werd uit psychologisch oogpunt opgezet en geleid door Philip Zimbardo in 1971. De vriendin van Zimbardo kwam na zes dagen langs en schudde hem wakker door te zeggen dat zij hem niet herkende en noemde hem een nazicommandant. Het werd verfilmd als Das Experiment en kwam weer in de aandacht na de beelden uit de Abu Ghraib gevangenis. Die beelden waren schokkend. Toch denk ik dat we met elkaar te naïef tegen onszelf aankijken. Nee, zo goed zijn we niet. En ja, tot zo vergaand kwaad zijn we blijkbaar in staat. Het is puur moralisme om het buiten jezelf te leggen en alleen de ‘schuldigen’ voor de spotslights te slepen. Maar is het antwoord dan ‘de mens is slecht en geneigd tot elk kwaad’? Die neiging tot elk denkbaar kwaad, daar kan ik nog wel inkomen. Een neiging is wel netjes gezegd. Maar dat slechte vind ik te weinig recht doen aan iets: de realiteit en de mens als mens.

Verwarring noemde ik het, bij m’n eerdere blogs over American Gangster. Verwarring rond goed en kwaad. Omdat de good guy niet in alles zo goed was, en niet minder omdat de bad guy in een aantal opzichten een bijzonder mooi, karaktervol en goed mens was. Het helpt al een stuk als je niveaus gaat onderscheiden: normen die bij gedrag horen, onderscheiden zien van hogere waarden op het niveau van overtuigingen, intenties en geloof. Maar daar aangekomen kom ik toch dezelfde vraag opnieuw tegen: zie ik mensen als goed of als slecht? In de kern, ten diepste? Wel, ik zie bij mezelf het opschuiven naar iets dat je dubbelheid mag noemen. Ik denk dat het volstrekt gemixed is. Goed en kwaad in één hart, in één ziel, in één mens, op persoonsniveau.

Voor mij betekent dat ook dat ik geloof dat elk mens iets goeds in zich heeft. Ook mensen die we wellicht hebben bestempeld als ‘kwaad’. Ik zelf zie daar God achter staan die de mens goed bedacht en gemaakt heeft. In die zin mag je de kern van de mens volgens mij nog steeds goed noemen. Ik vind het dan ook jammer dat juist het christelijk geloof het imago heeft een negatieve mensvisie te hebben en snel iets te roepen over ‘kwaad’ en ‘zonde’. Er is nog steeds veel goeds te geloven van de mens. En laat ik als gelovige er direct bij zeggen: volgens mij wordt een mens niet pas goed als hij/zij gelooft in God. Ook atheïsten, agnosten of wie dan ook zijn als mens goed te noemen. Het goede komt niet pas in de mens door geloof of denkrichting.

Terrasje pakken op het Spui: zo kwaad nog niet...Valt het dus wel mee, toch een goede mens? Ja, vaak valt het mee, anders was de wereld al wel volledig veranderd in een Abu Ghraib hel. Ik woon in Amsterdam en bij sommige outsiders heeft dat de reputatie van een ‘slechte’ , of zelfs ‘zondige’ stad. Ik denk dan: ‘Ga er zelf eens wonen’. Het valt wel mee. Nee, niet overal. Er is schrijnend kwaad, misdaad, misbruik, leegheid en zelfs moreel verval. Maar waar is dat niet? Toch is het niet minder een geweldige stad met veel leuke, interessante mensen. Mensen die bereid zijn elkaar te helpen, samen zoeken naar zingeving, liefde en het leven leven en vaak de neiging tot het goede vertonen.

Misschien is dit oppervlakkig van me. Toch zie ik het zo.
Als het gaat om kwaad, zie ik er meer in dat ook in z’n complexheid te benoemen. Het is verweven met het goede. Het een is er, het andere ook. Zwart-wit denken helpt niet verder, zelfs grijstinten zijn te overzichtelijk. Dat betekent dat in elke persoon goed en kwaad een strijd voeren. Juist het niveau van waarden en intenties opent mijn ogen voor hoe diep dat dubbele zit. Geen of of, èn èn. Een positivistische kijk op ‘de goede mens’ is naïef gebleken en helpt niet verder in de realiteit. Maar een visie van ‘de mens is slecht’ is eveneens een slechte basis. Ik doe mezelf dan tekort, ik doe anderen tekort. En ondanks vrome bedoelingen doe ik net zo goed God te kort.

Ik wil in een volgend blog iets zeggen over wat ik zie als een psyschologisch misverstand vanuit een kerkelijke mensvisie. En ik wil daarna uitkomen bij wat ik zie als nog belangrijker dan ‘goed en kwaad’ in de mens, want volgens mij is de mens meer dan dat, maar waar ligt dan het diepste wat je van de mens kan zeggen?
Voor nu wil ik zeggen: ik zie veel goeds in de mens. Ik zie het probleem van het kwaad vooral in z’n verwevenheid met dat goeds. Het kwaad zit niet buiten ons en zit niet eens primair in gedrag, maar zit dieper, van binnen en vooral verweven.

Mij maakt dit bescheiden in het wijzen naar anderen en het voorkomt zowel naïviteit als moralisme.
Tegelijk blijft overeind staan het goede, schone en waardevolle dat de mens zo tot mens maakt.