Geloven & Denken, Geloven & Leven

Kerstfeest als fopspeen?


Getagd: , , , , , , , , , .

Toen ik gisteravond met m’n gezin langs de Amsterdamse grachten liep op weg naar de kerstnachtdienst, was de verleiding groot te blijven hangen bij de botenparade. Een lange sliert bootjes sierde de grachten, lampjes en muziek, zingende mensen in kerstpakken. Amsterdam anno 2009 in kerstsfeer. Waar dat ‘kerst’ over gaat op zo’n moment is waarschijnlijk de enig foute vraag die je kunt stellen. Het had gewoon iets. Sfeer, gezelligheid, uitnodigend om ook een goed glas wijn te nemen en gezellig ergens met vrienden de nacht in te luiden. Hoe verkoop je in zo’n setting nog dat kerst over meer gaat dan sfeer en warme chocolademelk? Heeft de evolutie van het feest niet z’n essentie bereikt: na alle mooie religieuze woorden en stelligheden rond een Kind in het jaar nul gaat het uiteindelijk in deze wintertijd om menselijkheid en gezelligheid. Punt uit. Kerst zoals kerken dat preken lijkt een fopspeen waar we met elkaar aan ontgroeid zijn. Of niet?

Wat eerlijk is om te zeggen, is dat ik elk jaar weer even ergens doorheen moet. Zelf ben ik dol op gezelligheid en kan ik dus weinig weerstand bieden aan de kerstballen, kaarsen, het samen tafelen en heerlijk wegdoezelen in de lome warmte van een kerstavond. Amsterdammers die de gelegenheid grijpen iets te vieren en er iets van maken heb ik dus weinig te verwijten. Het is eerder een van de redenen waarom ik hier graag woon en leef. Des te groter is de uitdaging om temidden van die gegevens alsnog iets zinvols te beweren over kerst. Voor mij betekent dat niet dat de hele traditie rond het kindje Jezus heilig verklaard moet worden, integendeel. Eerder denk ik dat het failliet van de christelijke boodschap van kerst samenhangt met de vermenging van dit kerstverhaal met onze menselijke behoefte aan gezelligheid en romantiek. Ik ga het laatste niet bestrijden, het eerste vertik ik alsnog op te geven als achterhaald. Maar de vermenging van beide is de dood in de pot. Het kerstverhaal is geen gezellig verhaal en het kindje Jezus in Bethlehem is allesbehalve een romantische story.

Boeiend is het schilderij dat in de Oude Kerk in Amsterdam hangt tot 27 december van Jip van Wijngaarden. Toen zij gevraagd werd in de geboortekerk in Bethlehem te schilderen beeldde zij het kindje Jezus af met de oren van Mickey Mouse. Uit onvrede over het tourisme dat hier de authentieke plek verdrongen had. Kerst lijdt onder te veel plastic. De fopspeen is zeker een probleem, maar de vraag is hoe het werkelijk zit met die fopspeen.

Als Paul Abspoel al ruim voor kerst een oproep doet om te bloggen over kerst met als thema ‘wees niet bang’ is dat een goede greep. Tegelijk merk ik hoe moeizaam ik bij dat thema terechtkom en zelf te veel in beslag genomen ben door de dagelijkse drukte. Ook voor mij raakt kerst bedolven onder stapels dagelijkse informatie en complexiteit. Wat voor mij het beste werkt is om daar dan ook maar te starten. Ik werd daarbij geholpen toen ik gisteravond de NRC Next zat te lezen en stuitte om een bijzonder boeiend artikel van Franca Treur. Haar hoofdvraag is wat mensen zo goedgelovig maakt? Is religie aangeboren of aangeleerd? Zelf maakte Franca Treur een ontwikkeling door van bevindelijk gereformeerd naar aarzelend atheïst. Haar adventsgedachte is: verlangend uitzien naar de uitkomsten van het wetenschappelijk onderzoek aan de Universiteit van Oxford naar het antwoord op de vraag of religie aangeboren is of aangeleerd. De ultieme verklaring verwacht ze uit dit onderzoek en dat moet dan rust brengen. Wat haar namelijk toch enigszins onrustig maakt is het gegeven dat ook buiten de biblebelt veel mensen iets geloven:

Op de hele wereld geloven mensen juist wel. Waarom doen ze dat?

Ik voel wel mee met de teneur van Franca Treur. Tegelijk mis ik in toenemende mate iets in haar verhaal. Ze wil religie zien als een menselijk fenomeen, goden zitten in hoofden en niet in de hemel. Mooi gezegd, maar het is voor mij juist de vraag of dat van alle goden geldt. Ook binnen christelijke tradities en instituties stikt het van de menselijke goden, dat is ook zonder wetenschappelijk onderzoek te zien. Toch is er meer. Ook als ik nadenk over de verklaring dat mensen religie gemaakt hebben om troost te zoeken. En volgens Richard Dawkins nemen kinderhersenen deze troost van ouders over vanuit een natuurlijk leerprincipe: ‘wat je ouders vertellen is waar’. Op andere fronten levert dat sneller leerresultaat en overlevingskans op. Op het punt van religie betekent het dat een onzinnig geloof helaas ook generatie op generatie doorgegeven wordt. Het klinkt logisch, maar overtuigt dit echt?

Christelijk geloof heeft iets bijzonder irritants, dat eigenlijk een rol speelt bij elk groot event. Zo ook kerst. Het is vanuit het perspectief van nu niet moeilijk om het plaatje van een pasgeboren baby in de kerstnacht te ervaren als troostvol en ontroerend. Feit is alleen dat dit 2000 jaar geleden niet de beleving was. De wereld stond op z’n kop voor direct betrokkenen. Iemand als koning Herodes zag er aanleiding in om een razzia te houden en alle baby’s van Bethlehem te laten vermoorden. Hoezo ‘wees niet bang’. Blijkbaar was dit Kind iets om bang voor te zijn. Het verhaal zoals opgetekend in de evangeliën melden nogal eens de uitspraak van engelen ‘wees niet bang’. Alweer: blijkbaar was er aanleiding hier behoorlijk van te schrikken.

Iemand die alles iets meer van een afstand vertelt – dat moet Franca Treur aanspreken – is de evangelist Johannes. Hij vat het gebeuren samen met ‘het woord is mens geworden’, Johannes 1,14. Hij schetst het onmogelijke dat gebeurde: God werd mens, deelde in dit kind ons vlees en bloed, ja onze geschiedenis. En nuchter constateert hij: mensen die bij hem hoorden hebben hem niet herkend, erkend of als zodanig aangenomen. Het klopt allemaal. Tegelijk blijft het een feit dat de geboorte van dit kind de historie diepgaand beïnvloed heeft. Juist de evangelist Johannes beschrijft die immense verandering met zoveel woorden. Het onzinnige is gebeurd: God raakt met zijn aanwezigheid onze wereld, identificeert zich en roept constant: wees niet bang.

Bang zijn we intussen niet meer. Misschien is deze poging van boven wel zo goed geslaagd, is God zo goed ingedaald in ons menselijke bestaan door de persoon van Jezus, dat we als mensen intussen besloten hebben God af te schaffen. Of hoogstens te accepteren als menselijke projectie voor hen die daar behoefte aan hebben. Tenslotte heb je ook mensen die niet zonder cafeïne kunnen, of nicotine of andere dingen. God: het zij zo.

De vraag is of we onszelf daarmee niet voor de gek houden. Hoe meer we als mensen in de hand hebben – wetenschappelijk, technisch, politiek – hoe meer ons ook tussen de vingers doorglipt. Het is niet alleen de NS die faalt bij een paar centimeter sneeuwval. Overal blijkt vandaag opnieuw de kwetsbaarheid van ons menselijke systeem. Terug naar God en geloof in de Eeuwige uit angst voor ons eigen falen? Ik denk niet dat dit gaat werken en een solide basis vormt voor een gezond geloof. Wat dan wel?

Misschien is het een eerste stap als we durven na te denken in deze dagen van kerst over dat wonderlijke kind. Over de vraag hoe het kan dat mensen het verhaal zijn gaan geloven dat op elk scharnierpunt haaks staat op verwachtingen van mensen toen en nu. Niemand had dit ooit kunnen verzinnen. En het schokte mensen, kostte miljoenen mensen intussen het leven. Het heeft levens op de kop gezet, veranderd en heeft inderdaad troost en hoop geboden. Maar geen troost die aanvoelt als een fopspeen voor een pasgeborene. Dat we die ontgroeid zijn is winst. Maar het is naïef te denken dat we onze diepste menselijke angsten ontgroeid zijn. Beter kunnen we die in de ogen kijken en benoemen. En angsten gaan dieper dan ons verstand, want we zijn meer dan ratio. Dat is de les voor rationele denkers als Franca Treur, Richard Dawkins, Herman Philipse en anderen. Religie in het algemeen kun je misschien onderuit halen met deugdelijk rationeel huiswerk. Christelijk geloof heeft op dit punt volgens mij een eigen historie. Ratio is nooit afgewezen binnen bijbelse teksten of de christelijke theologie. Wel geven juist de wortels van het christelijk geloof aan dat er meer aan de hand is. En mensen geloofden tegen de stroom in van hun eigen denken, hun eigen opvoeding en cultuur.

Ruim 2000 jaar geleden kwam God mensenlevens binnen door de geboorte van Jezus. Het eerste was niet dat mensen het begrepen. Wel dat ze knielden en aanbaden. Omdat in deze nieuwe geboorte iets zich afspeelde dat groter was dan al het andere in een mensenleven. De oproep niet bang te zijn is gegeven voor hen die in de gaten hebben hoezeer dit je eigen leven raakt, verandert en met God in verbinding brengt. Zo oog in oog te komen met de Eeuwige is een schok. Ontdekken dat God niet een projectie is van mijn verlangen, maar eerder dat ik een projectie ben van zijn liefde voor mensen. Opnieuw geboren als kind van God. Het troost me diep, het vervult mijn verlangen tegelijk dieper dan ik zelf voor mogelijk houd. Tegelijk blijft juist de christelijke manier van geloven een die ook verwarring oproept. Niet voor niets is het ‘wees niet bang’ een van de meest gebruikte imperatieven uit de bijbel.

Intussen ontdek ik iets meer achtergrond van Franca Treur die opgroeide in het streng gereformeerde milieu van Zeeland. In een Netwerk-documentaire hoor je in de eerste minuut een dominee de angst preken. Die link raakt me nu ik zelf Franca’s artikel verbonden heb met dit thema van kerst. Misschien is angst dichterbij dan ik hierboven aangaf? En is dat mee reden om het geloof als fopspeen ver van je af te duwen? Voor mij zeker een reden om meer te lezen van Franca, die het boek Dorsvloer vol Confetti schreef over haar achtergrond.

Elke dag zijn er momenten van angst, juist omdat het ingaat tegen van alles diep in me. Ik moet het als gelovig mens vaak tegen mezelf zeggen: wees niet bang. En soms hoor ik in de stilte de Stem zelf die me aanspreekt: wees niet bang en durf te leven, want Ik ben bij je.