Geloven & Leven

Haïti en God: de foute vraag op het foute moment


Getagd: , , , , , .

Misschien ben ik wat oppervlakkig aan het worden. Misschien geloof ik even niet diep genoeg. Maar de vraag ‘waar is God in Haïti?’ ben ik eigenlijk een beetje zat. Sterker nog: ik krijg steeds meer het idee dat het de verkeerde vraag is. Ik verdenk ons als postchristelijke sceptici ervan dat we de vraag vanuit foute motieven stellen. En ik verdenk de concrete situatie op Haïti ervan dat de vraag grotendeels aan het verkeerde adres (zo je wilt: Adres) gesteld wordt.

Wie echt met de vraag zit kan ik verwijzen naar bewogen blogs waarin veel goeds te vinden is: Martijn Rutgers of Paul Abspoel bijvoobeeld. Wat ik hier kwijt wil is niet zozeer daarmee in strijd als wel een kanttekening die ik nodig vindt eens in het ‘gesprek’ te gooien vanuit een wat andere invalshoek.

M’n eerste gedachte cirkelt rond de vraag waar de vraag van het grote ‘waarom?’ vandaan komt. Het blijft me fascineren, en ik heb er zelf juist heel veel mee. Vermoedelijk ben ik daarmee een kind van m’n tijd, en er zijn al veel momenten geweest dat ik zelf lang met die vraag liep rond een situatie. Wellicht raak ik ook daardoor wat verzadigd en krijg ik de neiging te roepen dat het nu een keer klaar is? Mogelijk. Maar wat me ook bezighoudt is de waarom-vraag over de waarom-vraag: waarom hebben we in het Westen zo sterk de inslag om aan te komen met dit soort vragen richting God? Het lijkt typisch iets van na de Verlichting en lijkt te gedijen op de vruchtbare grond van een post-christelijke samenleving die grotendeels ver af is komen te staan van geloven in een God. Of geeft deze vraag aan dat we als Nederlanders meer dan we willen weten ‘iets hebben’ met Boven?

Het is mij twee keer overkomen afgelopen weken dat ik op TV beelden zag van mensen die uit de puinhopen werden gered en spontaan begonnen te zingen en te bidden tot God. Diepe dankbaarheid, dat niets had van een fake-vertoning. Puur existentieel zie je ineens iets van een diepgeworteld geloof. Hetzelfde geldt van de zondagse kerkdienst die in de open lucht doorgaat. En een interview met de plaatselijke pastor die het wel overleefde. Geen klacht over God, geen twijfel over het bestaan van God die deze aardbeving schijnbaar door de vingers liet glippen. Of boosheid richting een God die de dood van meer dan 100.000 onschuldige mensen op zijn eeuwige geweten zou hebben. Bizar? Ja, in onze westerse ogen wel. Maar het mag ons aan het denken zetten over onszelf. Hoe kan het dat getroffenen zelf rust vinden in hun geloof, terwijl wij direct kritische vragen over God en geloven hebben?
Op dit punt zijn deze Haïtiaanse slachtoffers een intens voorbeeld voor agnostische Westerlingen.
Dit geloof is te diep geworteld om over het hoofd te zien.
Wat zegt zoiets over het mogelijke bestaan van God?

Laat ik het zo zeggen: de waarom-vragen richting geloven en God roepen bij mij de gedachte op dat we in onze seculiere samenleving vooral bezig zijn met agnostische zelfbevestiging. ‘Zie je wel dat de idee van een God achterhaald is en zelfs mensonterend.’ Volgende vraag is dan of je je als christelijke minderheid wel in de positie moet willen laten manouvreren om maar weer te zoeken naar antwoorden en God te verdedigen. Ik twijfel ronduit aan de oprechtheid van de vragen. En ik twijfel ook aan de zin van het gesprek als we niet vanuit een andere basispositie dit soort items gaan bespreken met elkaar. Praten over zingeving op dit existentiële punt is zonder die basis vrij zinloos.

M’n tweede gedachte is nog een heel andere. Ik geef toe: er is bijna geen vraag die zoveel dramatiek in zich bergt. Dat maakt het bij voorbaat haast onmogelijk met droge ogen het gesprek eerlijk te voeren. Ook mij raakt het bij een ramp als dit weer. Maar niet minder als ik beelden zie uit Afrika of het leed van Palestijnen in Hebron. Maar veel komt niet of weinig in beeld. Ook dat is emotie-tv.

Bij al die tragiek lopen we intussen wel het gevaar van een op emotie gebaseerde beeldvorming. Ja, ik heb met warme gevoelens een deel van de uitzending gevolgd die Nederland voor een paar uur verenigde. Met een Geert Wilders naast een Lange Frans en een Dirk Scheringa naast een André Rouvoet. En toch. Waarom voel ik ook scepsis bij de 83 miljoen die we als Nederland weten in te zamelen? Het is dezelfde scepsis die ik theologisch voel als de vraag ‘waar is God in Haïti?’ gesteld wordt. Mijn vraag is: waar is de overheid van Haïti eigenlijk?

Alles wat in beeld kwam, maar niet de overheid van Haïti. Het is alsof zij ook aan de buis gekluisterd zitten mee te kijken met de rest van de wereld. Niets hoor of zie ik. Alleen in de tussenzinnetjes lees ik continu dat ze er niet zijn. Niemand zit op z’n post meldt Het Parool van gisteren. Coördinatie ontbreekt en de toegestroomde hulpdiensten van letterlijk all over the world staan regelmatig machteloos omdat ze niets kunnen. Wikipedia noemt Haïti een van de meest corrupte staten ter wereld en gebruikt zelfs de term ‘mislukte staat’. Wie kent René Preval? Wel, hij is de president van Haïti, google op zijn naam en ontdek dat hij amper voorkomt in de nieuwsstroom van de afgelopen twee weken.

Mijn punt nu klip en klaar: laten we de vraag ‘waar is God’ vervangen door ‘waar is de menselijke verantwoordelijkheid’ als we het hebben over Haïti. Nee, natuurlijk moet er eerst geholpen worden, mee eens. Maar nu het stof gaat dalen en het geld klaarligt om besteed te gaan worden is de vraag wel relevant. En als de vraag richting God al weer klinkt wil ik heel graag deze andere vraag er naast stellen. Het diep tragische drama van Haïti heeft niet alleen met God te maken die zoiets laat gebeuren. Het heeft misschien wel nog meer te maken met mieters slecht gebouwde huizen en gebouwen die normaliter niet ingestort waren. Ware het niet dat bouwmaterialen structureel gestolen worden en iedereen voor z’n eigen hachje gaat en de overheid geen grip heeft of wel corrupt ook voor z’n eigen hachje gaat. Wat moet God in hemelsnaam beginnen tegenover zoveel menselijk falen?

Het is volgens mij van groot belang voor de christelijke boodschap om helder te stellen dat het godsbeeld van het christelijk geloof een verantwoordelijke mensheid impliceert. Christelijk geloof heeft nooit iets gehad met infantiele mensbeelden. De mens is gemaakt naar Gods evenbeeld. Het houdt in dat God veel loslaat, veel ruimte geeft. Dat is lastig op momenten van diepe pijn en persoonlijke worsteling. Een andere keer wil ik daar best over bloggen. Nu is dat het foute moment. Haïti stelt ons niet voor de theodicee die sinds Auschwitz zo nadrukkelijk in beeld is. Haïti laat ons in de spiegel kijken van onszelf als mensheid. In de spiegel van het koloniale verleden. In de spiegel van jarenlange westerse hulp met miljarden. En toch stort alles als een kaartenhuis in elkaar. Dat maakt het niet minder erg. Wel nog confronterender op een niveau dat we liever niet willen zien.

De mens is niet alleen slachtoffer, het is hier ook de schepper van het kwaad.
Dat gaat over menselijke verantwoordelijkheid van Haïtianen en van Westerse hoogontwikkelde landen.
Al met al zijn we slechts hiertoe in staat.
Die conclusie geeft geen warm gevoel, maar een bittere nasmaak na zoveel ellende.
Het zijn te grote vragen aan de mensheid die zich groot waant, maar hierbij ineens wel heel klein wordt.

Kyrië Eleis, God erbarm u.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s