Amsterdam, Geloven & Leven, Geloven & Spiritualiteit

2010 (3): De stad als laatste kans voor God & Co?


Getagd: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , .

Januari is zowat ten einde en ik schrijf m’n op één na laatste blog over 2010. Is er nog toekomst voor geloven? Of heeft Kluun gelijk die vurig pleit voor nieuwe spiritualiteit, maar weinig heil meer ziet in de ‘oude’ vormen van geloven zoals het christelijk geloof? Amsterdam telde begin vorige eeuw vele christelijke kerken die ook nog op zondag gevuld waren. Intussen gaat nog zo’n 3% van de Amsterdammers regelmatig naar de kerk, waarvan een groot deel allochtonen betreft in Amsterdam Zuidoost.

Laat ik eerlijk zijn en toegeven dat ik denk dat de kansen voor God, kerk en geloof klein zijn momenteel. Dat wil alleen niet zeggen dat de kansen verwaarloosbaar zijn, en zelfs niet dat er weinig kansen zijn. Maar de opening is een smalle in mijn beleving. Dat heeft te maken met onze historie en met de scepsis die volgens mij vrij diep in onze cultuur zit als Nederlanders. Het heeft ook te maken met wat nodig is om werkelijk weer relevant te zijn als kerken in een seculiere samenleving. Daar is meer voor nodig dan een face-lift of wat culturele botox in onze kerkelijke hangwangen. Vitaliteit komt van binnenuit en kerken moeten willen trainen, en bereid zijn om hun leefstijl drastisch te veranderen. Daar is dus ook meer voor nodig dan een lesje Mary Poppins, hoe belangrijk ik dit punt ook vindt, getuige mijn ‘dwaze blog’ hiervoor.

Als ik mijn gedachten hier onder woorden breng doe ik dat vanuit de context van Amsterdam, zo je wilt: de Randstad. Een klein jaar geleden ontstond de term ‘randstadchristenen’ in het Nederlands Dagblad. In mijn ogen niet zo’n handige greep van de redacteur, maar hij had wel een punt. Dat punt gaat volgens mij over een verschil in ontwikkeling rond geloof, kerk en cultuur in de stedelijke gebieden versus de niet-stedelijke gebieden in Nederland. Simpel gezegd denk ik dat het beeld van ‘God in Nederland’ nog vertroebeld wordt doordat het in meer beschermde milieus, zoals de biblebelt, nog redelijk goed lijkt te gaan. Volle kerken, groei van leden en overtuigde gelovigen. Mijn idee is dat dit beeld zal gaan veranderen. De stad heeft meestal een voortrekkersfunctie, en te verwachten is dat de golf van secularisatie die een stad als Amsterdam doorgemaakt heeft voor een deel nog gaat plaatsvinden in andere delen van Nederland. De andere kant van dit verhaal is er een van een sprankje hoop: juist in het geseculariseerde Amsterdam zijn tekenen van kentering te zien. Wat?

Burgemeester Job Cohen sprak vandaag op televisie uit dat hij een belangrijke rol toedicht aan zingeving en de rol van kerken daarin. Hij ziet nieuwe behoefte aan zingeving en daarmee ook nieuwe kansen voor kerken in de stad. Je kunt het zien in een uitzending rond een kerkdienst van de Amstelgemeente met Siebrand Wierda. De reportage van de dienst wordt voorafgegaan door korte spots van nieuwe initiatieven in de stad. Sinds een aantal jaren is gemeentestichting, of churchplanting, weer werkelijkheid. Het houdt een zoektocht in naar nieuwe kerkvormen. En die verschillen dan ook onderling. Opmerkelijk is dat veel van deze initiatieven bemenst wordt met jonge hoger opgeleide mensen, een grote categorie in Amserdam, maar ook juist de groep die we normaliter associëren met postchristelijk.

Vrijdag 12 februari organiseert de Theologische Universiteit aan de Broederweg in Kampen een studiedag rond het thema van ‘de Toekomst van de Kerk’. Ik hoop daar aanwezig te zijn en later daar iets meer over te melden. Mijn nieuwsgierigheid gaat ondermeer uit naar het verhaal van James Kennedy, die onlangs een boek gepubliceerd heeft over de rol van de kerk in het publieke domein: Stad op een berg. Hij heeft z’n focus daarbij gericht op de protestantse kerken in Nederland en kijkt naar hun veranderende rol in de zogenaamde civil society. Als ik het goed begrijp pleit hij voor zowel het meer innemen van een plek in de samenleving (en niet alleen aan de rand) alsook voor een eigenheid, een tegendraadsheid vanuit het eigen karakter van het evangelie. Maar goed, later meer daarover. Terug naar de vraag: hoe staat het met de kansen voor het christelijk geloof anno 2010, gezien vanuit de context van de stad? De kansen zijn er volgens mij en vanuit de Amsterdamse context ben ik daar ook diep door geïnspireerd. Tegelijk wordt het geen gemakkelijke operatie of een goedkope verbouwing. Maar de pioniersplekken in onder andere Amsterdam bieden de kritische zoeker nu en de komende tijd belangrijke informatie. Ik ervaar het zelf als het nieuw leren omgaan met een aantal spanningen.

1. Geloof als zoektocht. Christelijk geloof heeft alles te maken met de ‘genade en waarheid’ zoals die vanuit de bijbel spreekt. Toch ligt hier een spanning waar je niet zonder kunt. Verstarde en gestolde waarheden zijn in mijn ogen even schadelijk geweest in de historie als een volstrekte liberale theologie. In beide gevallen wordt de spanning opgelost. Mijn waardering voor en verbondenheid met iemand als Boele Ytsma heeft hier mee te maken. Geloof is een zoektocht, wat continu een openheid vraagt naar vragen die opkomen. Vragen van je eigen hart, vragen vanuit de ratio, de eigen cultuur of wat dan ook. Kerken die zich sterk maken voor een duidelijke boodschap zonder deze opening te bewaken zullen in mijn ogen blijven steken in het modernisme en de oversteek naar een postchristelijk tijdperk niet gaan overleven. Het goede nieuws is dat geloven ook in de bijbel zelf diep verbonden is met het leven, met emotie, met vragen en diepe twijfel. Amsterdam biedt hier een sterke uitdaging: niets is vanzelfsprekend meer en de boodschap krijgt daarmee een nieuw podium, mits het weer vanuit de kern durft te starten. Een heroriëntatie voor een zoekende kritische stad, maar evengoed een heroriëntatie voor gelovigen zelf en de kerken die dit niet echt geleerd hebben. Het is een smalle doorgang, maar wel een kansrijke. Ja, overigens is dat ook een openstaan in de theologie voor nieuwe accenten, voor het overbruggen van oude tegenstellingen en het afbreken van eenzijdigheden. Dit punt alleen al vraagt dus veel en gaat verder dan de eerste aanblik.

2. Geloof en Context. Wil een kerk relevant zijn, wil geloven in God weer relevant zijn dan is de context niet maar een rand om het schilderij. Elke zin die gesproken wordt, elke stap die gezet wordt in de zoektocht van geloven is zinloos als er geen echte verbinding is met de huidige cultuur. Ik heb op dit punt het gevoel dat christenen leiden aan een vorm van religieus autimse. De boodschap van Jezus Christus wordt door gelovigen met zoveel enthousiasme omarmt, dat een ander wel vanzelf aangestoken zal worden. Niet dus. Allerlei vormen van ‘in de Heer zijn’ en ‘vol van de Geest’ strandden in de sceptische Nederlandse cultuur of blijven daar vrolijk maar vrij zinloos boven zweven. Het punt is niet dat de inhoud fout zou zijn (ook dat is niet uitgesloten trouwens), het punt is vooral dat de verbinding ontbreekt. Erg? Ja nogal, want de kern van Jezus is zijn incarnatie, zijn menswording. Als enige religie in de wereld draait het christelijk geloof om een God die in zijn zoon mens werd en daarmee volledig verbinding aangaat met tijd, ruimte en menselijkheid. Je moet niet verbaasd staan als christelijk geloof braaf, veilig, vertrouwd is voor de bekende volgelingen maar zijn kracht verliest voor ieder ander als dit kernpunt niet meer echt de spits is. Geloof in de God van de bijbel kan geen dag zonder context, zonder verbinding met vlees en bloed en vraagt, ja schreeuwt om contextualisatie in je eigen tijd en omgeving.

Hier ligt bijvoorbeeld de noodzaak om werkelijk werk te maken van vragen rond geloof en wetenschap. Vragen rond het begin van deze aarde: schepping en evolutie. Vragen over de manier van bijbellezen voor mensen die ook wetenschappelijke studies lezen en gewend zijn op een bepaalde manier met deze werkelijkheid om te gaan. Die vragen kun je niet afdoen met ‘je moet het gewoon geloven’. Dat creëert alleen maar een onnodige polarisatie tussen ratonaliteit en geloven. Ook hier een smalle doorgang voor de toekomst van geloof en kerk, maar wel een die meer dan de moeite waard is. En intussen zijn er voorbeelden van deze manier van omgaan met de cultuur en de wetenschap.

Om samen te vatten: juist in Amsterdam ontstaan nieuwe initiatieven, in alle kwetsbaarheid. Het is pionieren, iets dat ooit normaal was in de kerk: de christelijke kerk is geboren in een pionierssituatie in de 1e eeuw. Dat leverde ooit een sterke beweging op die wereldwijd verspreid raakte. De situatie nu is een van een beladen geschiedenis en een brede ervaring van irrelevantie van geloven. Maar juist in die context is er weer alle ruimte om opnieuw te zoeken. Mits nu weer werkelijk in verbinding met de context vanuit het hart van geloven. Er is nog een derde element in dit verband dat bepalend is in mijn beleving voor het antwoord op de vraag naar de toekomst voor geloof en kerk: het punt van misionair kerk zijn en spiritualiteit. Daarover m’n laatste blog in deze serie, over een paar dagen.