Geloven & Leven

Predikanten: beperkt houdbaar


Getagd: , , , , , .

Voordat ik het zelf gezien had ontspon zich op twitter al een discussie naar aanleiding van een artikel in het Nederlands Dagblad: predikanten niet langer dan 6 jaar in dezelfde gemeente. Op twitter verbazing en enige emotie, al snel gevolgd door een bijzonder goede blog van Jos Douma hierover. In het kort gaat het hierover: Deputaten Dienst en Recht van de Gereformeerde kerken vrijgemaakt hebben een eindrapport geschreven. Zij hebben in praktijk veel te maken met vastgelopen situaties rond kerkenraad en predikant. Vanuit die probleemsituatie formuleren zij nu een algemene overtuiging. En dat in een nogal zakelijk klinkend rapport. Ze bepleiten een evaluatiemoment na zes jaar, maar zijn even later nog stelliger dan dat:

Wij zijn ervan overtuigd dat mobiliteit van predikanten in dit verband extra belangrijk is. Predikanten zouden niet langer dan zo’n zes jaar in een zelfde gemeente moeten werken. Anders ontstaat er eenzijdigheid, een tunnelvisie, dynamiek wordt belemmerd, groei wordt beperkt en de eigen ontwikkeling wordt geremd. Bovendien voorkomt het sneller rouleren binnen kerkelijke functies het ontstaan van bepaalde culturen en opvattingen. Met andere woorden: mobiliteit is gezond voor een predikant en voor de kerken.

Een uitspraak die ik veelzeggend vind als reactie hierop van Jos Douma kan ik alleen maar met veel instemming hierbij citeren:

Waarom is er niet gekozen voor ook een wat spiritueler benadering? Nogmaals: wat meer zakelijkheid en ge-aardheid is echt wel op zijn plaats in gesprekken over de vraag hoe lang predikanten het beste ergens kunnen dienen. Er zijn ook psychologische, sociologische, groepsdynamische en andere principes die moeten worden meegewogen. Maar zijn de aangehaalde passages niet een bewijs dat een benadering vanuit professionaliteit de benadering vanuit spiritualiteit volledig ondersneeuwt?

Ik heb zelf een tien jaar ervaring als predikant binnen de GKv in zeer verschillende situaties. Momenteel ben is als zelfstandig coach juist weer bezig met deze doelgroep: kerkenraden en predikanten in het kader van coaching. Dat brengt mij bij een paar gedachten die ik hier graag deel. Kort gezegd denk ik dat onbedoeld de tendens van dit rapport te kritiekloos aansluit bij de consumptiecultuur waarin mensen beperkt houdbaar zijn en oppervlakkig elkaar oordelen. Ik zie juist in diezelfde mensen een geweldig potentieel, maar dan moeten we bereid zijn wat dieper te gaan.

1. Degelijkheid. Ergens kan ik de degelijkheid en zakelijke scherpte van een rapport als dit wel waarderen. Ik proef er de behoefte in om zaken grondig en gezamenlijk aan te pakken. Tegelijk roept een benadering die ik wel typerend vindt voor meer processen in deze kerken steeds meer vervreemding op bij mij. Bij alle terechte waarnemingen rond problematiek in kerken en rond het functioneren van predikanten: het rapport ademt een sfeer die makkelijk leidt tot een regelzucht en technocratische benadering. Vanuit een probleemsituatie wordt hier een toch algemeen geldende overtuiging geventileerd. Omdat een aantal predikanten vastloopt of disfunctioneert, moeten we met elkaar de regel gaan hanteren dat het met 6 jaar wel goed is weer verder te gaan. Het risico van deze redenering is om vanuit een negatieve situatie een totaalvisie te construeren. Dat moet wel fout gaan.

2. Spiritualiteit. Wat ik schrijnend mis in het rapport met deze stevige conclusie is een spirituele aandacht. Een paar simpele vragen kunnen het hele stevige verhaal al snel aan het wankelen brengen en je met de hand op de mond achterlaten. Immers: hoe zit het nou met roeping van God? Een beroep krijgen is nog wat anders dan roeping ervaren. Die afweging heeft allerlei menselijke aspecten, maar ook een mystiek aspect: dat tussen jou en God. En wat als je zelf wel naar een andere gemeente zou willen, maar je ervaart een diepe roeping hier te blijven?
En in die lijn ligt er nog veel meer: hoe zit het met de drijfveer van een kerkenraad of gemeenteleden? Zijn die zo geestelijk als ze bijvoorbeeld de wens hebben dat de predikant z’n tijd er wel op zit? Hoe geestelijk zijn motieven bij het beroepen van een predikant, wat zijn de onuitgesproken verwachtingen? Hoe zien we elkaar eigenlijk? En hoe geestelijk ontwikkelt zich dit geheel na een paar jaar? Soms is het net een slecht huwelijk: je bent wel samen, maar echt praten doe je niet meer, hoogstens wordt er gecommuniceerd via de kinderen of de hond. In dat kader is een regelmatig gesprek (‘evaluatie’) nodig, maar laat het dan wel een geestelijk gesprek zijn op diep niveau en zelfs regelmatig op zielsniveau. En van twee kanten! Deze elementen heb ik niet kunnen ontdekken in het rapport, maar spelen in mijn beleving een minstens zo cruciale rol. Het gaat hier wel over geloof en over het huis voor je ziel, dat de kerk moet zijn. We hebben het over mensen, maar ook over God, Jezus en de Geest. Zonder die toevoeging zie ik geen nieuwe ontwikkeling plaatsvinden.

3. Ontwikkeling. Deze week won een onderzoek over coaching van predikanten een 2e prijs. Het onderzoek werd uitgevoerd op mijn verzoek door Gerwin Wallet en Lennard Pors en is hier te downloaden. De behoefte aan coaching blijkt hoog, juist ook onder vrijgemaakt gereformeerde predikanten. De grootste belemmeringen zijn tijd en geld om hiertoe de stap te zetten, zo blijkt. En waar het vooral over moet gaan zijn typische coachthema’s zoals zelforganisatie, leiderschap, omgaan met verwachtingen en kritiek. Daarbij scoren ook hoog vragen rond geestelijk leven en roeping. Daarbij valt op dat coaching juist waardevol wordt na zo’n 9 jaar predikantschap. Dus als de start geweest is en er al behoorlijk praktijkervaring opgebouwd is.
In het onderzoek kom je opmerkingen tegen van coaches die melden hoe eenzaam predikanten vaak nog zijn, en dat ze wensen coaching uit de probleemsfeer te halen. Coaching gaat primair over ontwikkeling van jezelf, verdieping en groei. Dit raakt mijn derde punt dat haaks staat op een rouleren elke 6 jaar: ga liever investeren in ontwikkeling. Juist na zo’n vier tot zes jaar komen predikanten zichzelf tegen. En de weerstand in de omgeving kan dan juist opkomen. Het eerste krediet is opgebrand, en juist nu ligt er de uitdaging met elkaar de diepte in te gaan van Gods genade en van werkelijk toekomen aan de missie van waar je samen voor bijelkaar bent als kerk. Mijn sterke indruk en eigen ervaring ook is dat mensen hier nogal eens voor weglopen en dan is verkassen de snelste oplossing. Maar het probleem reist met je mee en eveneens met de achterblijvende gemeente. Samen laat je een geweldige kans liggen in veel situaties.
Hierbij zou ik willen aantekenen dat het rapport nogal eenzijdig focust op de predikant. Vanuit het ontstaan van dit verhaal volkomen begrijpelijk, maar hier wreekt het zich dat er vanuit een probleemgerichtheid een breder verhaal opgehangen wordt. Want het loont zeer de moeite om ook te kijken naar de dynamiek van gemeenten, kerkenraden en de veranderende cultuur. Die wordt wel aangestipt (de huidige iPad-cultuur zou te veel worden voor dominees die gestudeerd hebben achter typemachines), maar wordt amper verwerkt in de aanbevelingen. Coaching hoeft zich niet alleen te richten op begeleiden van predikanten, maar kan breder ingezet: de kerkenraad, de bestuursraad, teams in de gemeente of een heel gemeentetraject. Ik pleit daar meer voor dan voor kant en klare oplossingen.

4. Geestelijk leiderschap. Tot slot: woensdag organiseert de CHE een symposium rond geestelijk leiderschap. Aanleiding is het vertrek als lector van Stefan Paas en het aantreden van zijn opvolger, René Erwich. Ik zie er naar uit en hoop hier zelf bij te zijn. Hier zullen de nieuwe lijnen gepresenteerd worden voor komende jaren. Ik vind het opvallend dat de titel van dit lectoraat nu geestelijk leiderschap is. Ik denk veelzeggend en terecht. Het doet mij bij twee opmerkingen komen als slot in dit pleidooi rond predikanten. De eerste is: het is nodig dieper in te gaan op de aard en de noodzaak van geestelijk leiderschap in kerken. Predikanten zijn niet maar managers, zij zullen samen met anderen iets moeten weten te ontwikkelen wat met recht geestelijk leiderschap mag heten. De tweede opmerking is: er is intense en vernieuwende theologische bezinning nodig en niet alleen een aantal organisatorische ingrepen. Ik denk dan aan theologie rond kerk en gemeente: wat is de missie van de kerk in de huidige veranderende samenleving? Wat gaat daar mis en wat is nodig om meer de ziel van de kerk te gaan zien en ervaren? Kortom: ik zie het als wezenlijk dat vragen rond predikantschap en het functioneren van predikanten en kerkenraden niet maar benaderd wordt vanuit symptomen. Nodig is dat we vanuit identiteit, vanuit het hart van christelijk geloof hier ons beraden en tot stappen komen. En die identiteit brengt ons oog in oog met God, met Christus en zijn Geest. Het kan niet anders, maar dan kunnen we nog een heel ander verhaal tegemoet zien. Wat mij betreft probeer ik daar al mee bezig te zijn vanaf mijn plekje. En ik doe dat graag samen met anderen.

Waar ik in ieder geval voor pleit is voor langdurige relaties tussen predikanten en hun gemeente. Daarnaast zouden interim-predikanten, coaches en anderen veel kunnen bijdragen in crisis-situaties en ter voorkoming daarvan. Maar de hoofdlijn zou moeten zijn een van de langere termijn vanuit diepe roeping en werken vanuit een visie die geestelijk is en theologisch zich continu laat verrijken en vernieuwen. Een oproep om te gaan rouleren lijkt me niet getuigen van visie, noch van een diepere geestelijk besef rond roeping en spiritualiteit. Vooral nodig is het hele plaatje te gaan zien van kerk zijn in de 21e eeuw en de missie die hier ligt vanuit de identiteit in Christus. Zonder dat laatste is de kerk niet meer dan een achterhaalde organisatie die ook na wat upgrades het niet zal redden. Vanuit die identiteit geloof ik nog steeds dat Gods genade mensen binnen en buiten kerken kan aanraken en veranderen en dat kerkgroei en nieuwe kerkvormen de toekomst hebben.