Geloven & Leven

Eten, bidden & beminnen om vijf voor twaalf


Getagd: , , , , , .

Nog niet eerder had ik op deze weblog zoveel bezoekers in een paar dagen tijd. David Heek was een item, dat is wel duidelijk. Nu piekt het wel vaker een dag, maar dit duurde ruim vijf dagen voordat het weer normaal werd qua hits. Wat is er aan de hand? Wat heeft David Heek gezegd over de kerk en over ‘eat, pray and love’ dat het zo de aandacht trekt? Ik sprak een paar mensen en kreeg zelf ook wat reacties op mijn blog. Overwegend is het beeld dat ik krijg dat mensen geraakt zijn, dat woorden voor hen iets aanraken wat ze bezighoudt en vooral: wat hun verlangen vertolkt.

David Heek zelf haalde maandag zijn blog met uitleg over het interview met het Nederlands Dagblad weer van de site en verving het door een blogpost die meer positief neerzet wat hij graag wil met de kerk en met geloven anno nu. Zelf heb ik aangegeven soms dubbele gevoelens te hebben vanwege nuance of toonzetting, iets dat David zelf ook aangegeven heeft. Persoonlijk denk ik dat hier ook iets aantrekkelijks voor mensen in gezeten heeft: een enthousiast jonge theoloog maakt van zijn hart geen moordkuil en is duidelijk, wijst een richting en raakt daarbij een kernpunt. Beroering gaf het in ieder geval. En dat verbaasde mij toch wel: veel dingen zijn al vaker gezegd, geschreven. En zowel binnen als buiten de gevestigde kerken gebeuren al langere tijd dingen die je kunt samenvatten als ‘pionieren’, ‘nieuwe kerkvormen’, ‘gemeentestichting’, ‘herplanting’, enzovoort. En de recente bundel ‘De kerk is dood, leve de koning‘, ligt al bij heel wat mensen op de boekenstapel. En dan toch zoveel gesprek, getwitter, blogs en hits. Ik wil proberen iets te zeggen over wat hier volgens mij aan de hand kan zijn. En ik sluit af met een persoonlijke uitlating.

Ik beperk me nu tot twee elementen die iets zeggen over ‘wat gebeurt er eigenlijk’ rond het interview met David Heek. Het zijn waarnemingen die ik doe en ze hebben gemeen dat er een zeker ‘momentum’ ontstaat, een kritiek punt gepasseerd wordt, een ontbrandingspunt in grote delen van kerkelijk Nederland. Het is wat klassiek, maar inderdaad, in een aantal opzichten is het ‘5 voor 12’ in de kerk. En zoiets kun je geen 20 jaar blijven roepen en dat ben ik dan ook zeker niet van plan. Hier de twee elementen die dat ‘5 voor 12’ mede veroorzaken of in ieder geval versterken.

1. David Heek is een afgestudeerde theoloog die zijn studie volgde aan een ‘school der kerken’, de Theologische Universiteit Kampen die verbonden is met de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt. Daarmee is hij voor mensen binnen deze kerken de aangewezen persoon om predikant te worden. Hij krijgt dan ook ‘spreekconsent’, wat inhoudt dat hij voorgaat in kerkdiensten in het hele land. Vervolgstap die logisch is, is dat hij zich beroepbaar stelt: kerken kunnen hem dan als predikant beroepen. En daar gebeurt het: hij doet dit niet. Hij preekt, trekt volle zalen, inspireert en is daarmee in alle opzichten een loyaal kerklid en aankomend voorganger. Maar hij wil niet. Dat zegt hij met zoveel woorden in het bewuste interview.

Dit is een breuk in ons ‘systeem’: een manier van verwachtingen en van doen die duizenden kerkmensen met elkaar delen en zo afgesproken hebben. Het gebeurt vaker dat theologiestudenten niet de richting opgaan van predikant. Maar deze man beklimt wel het podium, preekt en is meer dan gemotiveerd en begaafd. Maar hij wil niet! Wat zegt dat? Hier zie je een jongere generatie afhaken. Waar anderen zich schikken in het ambt en hopen dat ze hun vorm wel vinden, bedankt hier iemand voor de eer. Tegelijk wil hij juist wel de kerk dienen en het evangelie van Christus Jezus uitdragen, mensen inspireren. Hij verlangt zelfs naar een zalving om zijn roeping te bevestigen. Maar ook dat moment vindt buiten het systeem plaats in Thailand op een manier die de een zal aanspreken en de ander niet begrijpend de wenkbrauwen doet fronsen. Kortom: het systeem loopt al vast rond de persoon en het optreden van David Heek. En hij heeft de moed daar woorden aan te geven en er verantwoording van af te leggen. Dat doet hij eerlijk en met de gave om daarbij een kern te raken: het gaat hem om God en Jezus Christus, maar hij geeft aan te struikelen over de bestaande kerkvormen.

Ik schreef: we naderen een ontbrandingspunt, een kritiek punt wordt gepasseerd. Dat is hier goed te zien: veel mensen kunnen best kritiek op de kerk hebben, staan misschien er zelfs voor open en denken ook verder na over de toekomst. Maar intussen moet de ‘tent wel draaien’. Maar hier hapert het systeem zodanig dat iemand met de juiste bagage en gaven zegt niet in te willen stappen. Dat is een nieuwe fase voor veel mensen. Afhaken komt meer voor, steeds meer denk ik, maar hier haakt iemand bij voorbaat af en tegelijk blijft hij loyaal aan zijn kerk en wil er zelfs graag blijven spreken. Maar tegelijk andere wegen inslaan. Ik denk zelf dat dit verwarrend werkt voor mensen. Dit is geen wegloper, geen frustro, maar een inspirerend mens vol geloof en roeping.

2. Sneller dan ooit in de historie gaan een aantal ontwikkelingen in de rest van de maatschappij. Een van die ontwikkelingen betreft de media en het wegvallen daardoor van grenzen. Mensen kijken voortdurend over hun eigen kerkmuren en tradities heen naar anderen. Grote groepen nemen via internet kennis van ontwikkelingen bij andere christenen. En dat is wereldwijd. Dit lijkt een open deur, maar in het bovenstaande verband is het een element wat de kloof steeds groter maakt tussen wat je hoort of zelf ook meebeleeft en wat je in je eigen kerkelijke gemeente ervaart. Er is al jaren sprake van verlangen. Verlangen naar eenvoud, echtheid in geloof, naar een nieuwe en inspirerende manier van geloven in deze eigen tijd. De aansluiting naar de cultuur speelt de kerk in steeds grotere mate parten. Maar dat is het niet alleen: het gaat ook wel degelijk om inhoud, om verbondenheid met God, om vragen rond echt geloofsgemeenschap zijn. Vormen eroderen, gemeenschappen worden individualistischer, meningen groeien uiteen, generaties haken af en zoeken hun heil buiten de eigen kerk. Je kunt daar vervolgens iets van vinden, maar belangrijk is nu vooral het feit waar te nemen: dit zijn dingen die je meemaakt. En niet alleen in de stad, ook in dorpen die voorheen nog meer homogeen en besloten waren.

Als op zo’n moment een jonge bevlogen christen op zondag staat te preken op een manier die mensen diep raakt en inspireert en hij geeft op zaterdag een interview aan een christelijk dagblad waarin hij aangeeft dat hij niet meer wil meedoen met dit kerksysteem is dat iets dat een open zenuw raakt. Je kunt dus niet blijven rekken en rekken. Verlangen is een mooi iets, maar te lang opgerekt verlangen zal verzuren en het geduld houdt een keer op. Hoe lang blijven mensen nog loyaal aan hun eigen manier van geloven en kerk zijn?

Dan is het dus 5 voor 12 in mijn ogen. Gewoon omdat menselijke processen samenkomen en er een punt bereikt lijkt te worden waarop er iets gebeuren moet. Tegelijkertijd: er gebeurt al een hoop. Het is zeker niet eerlijk om van kerken te zeggen dat ze alles bij het oude houden. Maar de ontwikkeling die er is, is onvoldoende en brengt geen nieuwe eenheid, geen nieuwe gezamenlijke inspiratie. Sterker nog: woorden die niet al te genuanceerd en evenwichtig in de krant komen, worden gretig gelezen en dwars door alle mitsen en maren heen voelen heel veel mensen dat dit iets is wat hun verlangen verwoordt, maar ook uiting geeft aan hun ongeduld. Het is tijd voor verandering.

Ik ga hier het eerst bij laten. In een volgend blog hoop ik nog iets te zeggen. Ik eindig voor nu met een persoonlijke wens. Ik deel volledig de kern van David Heeks betoog. Het ‘systeem’ van kerk zijn is op z’n retour, of je dat nu fijn vindt of juist heel erg. Ik zou willen dat er nu niet te veel een nieuwe discussie ontstaat. Dat is al zo vaak gebeurd. Als ik daaraan bijdraag spijt me dat bijzonder. Wat ik wil is iets anders: laat er een beweging ontstaan van voorgangers, theologen en anderen die met elkaar iets gaan bieden dat een brug slaat tussen pioniersprojecten zoals de grote steden en de gewone bestaande gemeenten. Misschien wel buiten het ‘systeem’ om, maar dan zeker niet tegen dat systeem, liever zelfs in warme samenwerking er mee. Dus niet wachten op de verandering van dat hele systeem: zet ernaast een tweede spoor neer en dan landelijk breed en over kerkmuren heen.

Domweg dat systeem overboord gooien (wat gaat gebeuren op een gegeven moment) is jammer en oppervlakkig. Want het ‘systeem’ dat zijn wijzelf. Het is een traditie van eeuwen die je meedraagt. Tegelijk vraagt het moed om daar niet in te blijven hangen en op centimeters te gaan schuiven. Er is echt iets anders nodig. Voor geloof, hoop en liefde. Maar laten we dat dan oppakken en de beweging die er is faciliteren. En dan de moed hebben te vertrouwen dat als we echt deuren opengooien, God laat zien wat de volgende stap wordt.