Geloven & Leven, Geloven & Spiritualiteit

Gordon Ramsay als Jezus


Getagd: , , , , , , , .

Het spreekt blijkbaar tot de verbeelding om geloven en kerk-zijn samen te vatten als eat, pray, love. Dat heeft zeker te maken met het boek en de verfilming ervan met Julia Roberts in de hoofdrol: een spirituele zoektocht die herkenbaar is. De uitdrukking roept je terug naar de basics van geloven en samen met anderen een inspirerende geloofsgemeenschap vormen. Waar was het nog maar weer om begonnen? Ik wil nu graag nog een element naar voren brengen dat al een aantal weken door m’n gedachten speelt. Dat gaat over eten en het gaat over genade. Intussen sluit ik me aan in de uitdijende rij van blogs: Jos Douma, Pieter Kleingeld, Lennard Pors, Daniel de Wolf en nog anderen. Ondoenlijk om op elkaar te reageren, zoals ook Jos Douma aangeeft: het overzicht raak je kwijt. Maar tegelijk inspirerend te zien hoe elementen elkaar aanvullen en de bezinning verdiepen.

Ik ben vandaag geraakt in het bijzonder door Jan Wolfsheimer. Wie de verbinding wil zien tussen het boek (en de film) eten, bidden, beminnen en waar het in essentie om gaat moet zijn verhaal zeker lezen. Eén citaat van hem over het boek van Elizabeth Gilbert:

Geen wonder dat de schrijfster niet bij het christendom uitkwam want in de ‘nieuwe spiritualiteit’ speelt het christendom een ondergeschikte rol. Dat kun je Gilbert onmogelijk aanrekenen maar de volgelingen van Jezus wel. Het is ‘ons’ blijkbaar gelukt om het goede nieuws van Christus dusdanig te verminken dat spirituele zoekers niet automatisch bij ons in de etalage komen kijken…

Elders, in Kampen, trekt Stefan Paas intussen in een lezing een lijn tussen kerk, restaurant en de subjectivering van onze cultuur. Hier trekt hij een lijn die ik graag op een iets andere manier wil oppakken: Gordon Ramsay komt in beeld met zijn bekende tv-programma Oorlog in de keuken. Al weken zit ik er steeds weer even naar te kijken en spelen mij de meest bizarre gedachten door het hoofd rond geloof en kerk. Nee, Gordon Ramsay verwijst in niets naar de kerk en zijn bekende taalgebruik vind ik niet aansprekend. Maar ik kan domweg de gedachtenstroom niet onderdrukken die hem verplaatsen van de keuken en het restaurant naar de kerk en de vergaderzaaltjes van de kerk. Wat levert dat beeld op? Een nieuwe film voltrekt zich aan m’n ogen. Of het script altijd afgewogen en theologisch verantwoord is of niet, het raakt een punt waar ik niet om heen kan en wil.

Gordon Ramsay moet niet veel hebben van koks en restauranteigenaren die het om hun ego te doen is. Eergisteravond nog liep z’n traject met een hippe tent in Manhattan uit op een ruzie met een van de eigenaren die in de ogen van Ramsay puur egocentrisch was en geen hart had voor z’n zaak. Vaak is dit een terugkerend punt ook bij de koks: kook je met liefde? Weet je wat je aan het doen bent? Waarom doe je wat je doet? Waarom staat er zoveel op de menukaart terwijl je niet meer vers kookt? Beperk je liever en doe dat goed. Mooi is om te zien hoe hij soms een buurtonderzoek doet: wat past nu bij deze buurt, wat kan de meerwaarde zijn van dit restaurant bij wat er al is? En wie het woord ‘sfeer’ al gauw zweverig vindt of vaag mag opletten hoe hier een speerpunt ligt in de coaching van Ramsay bij restaurants. Mensen willen gezien worden, begroet, moeten zich prettig voelen. Oude meuk wordt op dag 3 gesloopt om plaats te maken voor een nieuw interieur dat past bij de visie van het restaurant. Personeel wordt getraind om gasten te zien en service te verlenen.

Ik ga nu voorbij aan de vraag of een kerk wel zo vergeleken mag worden met een toch commercieel iets dat ook nog eens gericht is op consumeren. Ik ben er diep van overtuigd dat kerken er zijn om mensen te bedienen. En Jezus zelf kwam met de metafoor van het hemelse Brood. Maar vooral: de een na de ander constateert dat we de verbinding met mensen en met onze eigen cultuur te zeer verloren hebben. Als mensen spiritualiteit en inspiratie zoeken, kijken ze niet eens in de etalage van de kerk. Dat is een gemiste kans, of erger: een mislukte missie.

Wat zou Gordon Ramsay zeggen tegen voorgangers die hij hoort preken? Tegen kerkenraden, oudsten, leiders van kerken over hun kerkdiensten en overige acitiviteiten? Het nare is dat je het zo gauw over vormen gaat hebben, of dat kritiek overkomt als het afschrijven van wat veel mensen dierbaar is. Iemand als Gordon Ramsay is vrij hard in zijn stijl van coachen. Toch is hij iemand bij wie de liefde voor het vak en voor de mensen groot is. Hij is in staat om door allerlei lagen en afweer heen te breken. Om vervolgens ruimte te maken voor nieuwe inspiratie, kwaliteit, inhoud, visie. Wie graag het beeld van eten, bidden en beminnen gebruikt, mag zichzelf wel rekenschap geven dat je eerst moet koken voordat je kunt eten. En ook bidden en beminnen gaat niet vanzelf. Verlangen naar nieuwe eenvoud vind ik terecht en deel ik met anderen, tegelijk geloof ik dat dat nog knap ingewikkeld is om daar weer te komen.

Ooit liep Jezus over het tempelplein met een zweepje in zijn hand. Kisten gingen op de kop, offerdieren werden losgelaten en chaos was het gevolg. Terug naar de kern was de boodschap van een boze en confronterende Jezus: terug naar het huis van gebed. Eten, bidden en beminnen. Daar zou nog wel eens een zweepje aan te pas gaan komen. En ik zelf huiver er voor terug: wie ben ik om dat te doen of zelfs voor te stellen? Blijf maar eens zuiver in je ‘heilige ongenoegen’. Maar nodig is het wel: durf alsjeblieft alles eens te bekijken aan de hand van een gids in de stijl van Jezus – en zo je wilt: een christelijke versie van Gordon Ramsay.

Is het dan zinvol om twee keer per zondag diensten te organiseren die geen van beide echt inspirerend zijn voor een nieuwe generatie? Of zelfs elke week, terwijl je ook meer accent zou kunnen leggen in het samenkomen in 30 kleine kringen? Is het je visie om als predikant zoveel preken te maken, als een overvolle menukaart die je nooit kan waarmaken? Hoeveel predikanten spreken structureel gericht op zowel christenen als niet-christenen? Of hoe vaak klinkt het als opgewarmde exegese uit de magnetron in plaats van ‘fresh food’ dat doorleefd is en in verbinding staat met je cultuur, jezelf en God?
Ja maar: ‘De tent moet draaien’, schreef ik al eerder. Welnee, sluit de tent eens een tijdje. Ga eens vier weken dicht in de zomer en ga nadenken en bidden. Ingewikkelde avondmaalsregelingen en dito tradities, terwijl je het ook regelmatig in de huiskamers kan vieren in alle eenvoud, verbonden met een kleine gemeenschap van mensen die elkaar in de ogen kijken en hun leven delen op dat moment.

Op het gevaar af dat deze voorbeelden een eigen leven gaan leiden noem ik ze omdat ik zou willen dat we het concept van ‘Oorlog in de keuken’ eens als christenen zouden durven toe te passen. Om door vormen heen weer bij de ziel te komen. En vanuit die ziel weer opnieuw geloven en gemeenschappen vormen die wel in onze cultuur staan, verweven durven raken en tegelijk een diepe eigen identiteit hebben in Jezus.
Wat is hiervoor nodig? Ik weet veel niet. Eerlijk gemeend. Maar één ding: echte genade. Om nog één keer kok Ramsay erbij te halen: hij is hard en gaat soms op ramkoers. Toch is hij ten diepste vooral radicaal. En dan is er maar één sleutel die in het slot past: genade. Durven christenen en dus kerken nog puur en alleen te vertrouwen op genade? Of hebben we ook maar ietsje meer nodig om overeind te blijven, om iets te zijn wat we vinden dat we moeten of horen te zijn? Misschien is dat iets waar vooral veel over geblogd, gepraat, gedacht en gehuild moet worden: genade. Pure genade die je ziel raakt en een vuur wordt van binnen dat puur is en niet te doven.

Ik heb zelf nog niet zoveel van genade begrepen. Toen ik laatst ergens mocht spreken en het daarover had, werd ik met klem gevraagd terug te komen als ik weer ietsje meer begrepen zou hebben van die genade. Ik proefde een diep verlangen. Was dat het wat Jezus bedoelde toen hij zei: eet mij, ik ben het levende Brood?

One Comment

Reacties zijn gesloten.