Geloven & Leven

Schreeuwend gebrek: over christenen en talkshows


Getagd: , , , , , , , , , .

Het was bedroevend afgelopen woensdag bij Pauw & Witteman. Natuurlijk heb ik het over het optreden van Mariska Orbán-de Haas, maar ondanks mijn kritiek op haar manier van optreden gaat het mij om meer dan dat. Intussen behoort zij tot de kleine kring van uitgesproken gelovigen die wel eens vaker aan tafel zit van een seculier praatprogramma. Dat is op zich lovenswaardig.

Wat zwaarder moet wegen dan een discussie over hoe zij het deed, is de vraag wat het beeld is dat ondermeer uit dit gesprek naar boven komt. Samengevat is dat volgens mij dit: gelovigen nemen te weinig deel aan dit soort gesprekken met niet gelovigen in het publieke domein en als zij dat al een keer doen blijkt dat ze er onvoldoende toe in staat zijn. Deze blog zegt iets over iemand die woensdagavond optrad, maar het gaat mij vooral  over een reflectie over het bredere plaatje: hoe voeren christenen het gesprek over overtuigingen, persoonlijke keuzes en ethische kwesties aan te gaan in een post-christelijke context? En dan zelfs zo dat het weer inspireert en overtuigingskracht heeft?

Een dag na de bewuste uitzending zag ik een tweet voorbij komen van Tim Keller, iemand die zich veel bezighoudt met het communiceren van christelijk geloof in de huidige context van een seculiere cultuur. Hij vatte nietsvermoedend precies samen waar het in dit gesprek misgegaan is:

You have to share your faith in such a way that people will wish that it is true.

Het gesprek waar zowel Barbara Barend (lesbisch, gehuwd en moeder van een kind) als Mariska de Haas (katholiek Nieuwsblad) voor uitgenodigd waren ging over juridisch ouderschap: homo- en lesbische stellen die beiden het ouderschap willen hebben over een kind. In de Tweede Kamer was de reactie tegen een wetsvoorstel in deze richting van Kees van der Staaij al komen te staan op een wat uit de hand gelopen tweet van Claudia de Breij. Daarmee was wel de toon gezet: dit ligt gevoelig en dat kan ik begrijpen. Wat me bij het lezen van de stukken van de Tweede Kamer opvalt is dat de vrij juridische benadering vanuit de ChristenUnie geen enkele publiciteit heeft getrokken. Blijkbaar heeft het te maken met argumentatie, of ook met het imago van Van der Staaij die na zijn uitspraken over zwangerschap na abortus deze zomer op snellere kritiek kan rekenen. In die context gaat Mariska in gesprek vanuit haar positie als kritische katholiek met iemand als Barbara Barend die dus persoonlijk betrokkene is in dit onderwerp als lesbische moeder.

Wat dan opvalt is de schreeuwerigheid en naïviteit aan de kant van Mariska de Haas. Argumentatie die ze geeft laat geen enkele ruimte voor begrip voor iemand als Barbara Barend. Ze verwijst naar haar eigen opvoeding en dat zij haar moederschap geleerd heeft van haar moeder. Ze doet zeer stellige uitspraken over onderzoeken die aangetoond zouden hebben dat een ouderschap van twee vaders of twee moeders schadelijk is voor het kind. Maar helaas komt ze bij doorvragen niet verder dan het verwijzen naar haar man die psychiater is en de naam Freud. Iedereen voelt op zo’n moment dat dit gesprek niet meer goedkomt. En dat is jammer, want intussen wordt het wel geframed als een gesprek vanuit christelijk perspectief. Maar ik vermoed dat veel christenen zich er niet in herkenden. Nogmaals, zonder nu alle kritiek teveel op de persoon van Mariska de Haas te richten, wat valt er te leren van een uitzending met kromme tenen als deze? Ik denk dat een paar dingen aan te wijzen zijn die breder gaan dan dit gesprek en dit onderwerp.

  1. Dit gaat over contextualisatie. Wat mij vaker opvalt is dat er uitspraken gedaan worden door gelovigen in het publieke domein die niet afgestemd zijn op de seculiere context waarin we leven. Volgens mij heeft dat te maken bij een gebrek aan besef dat christelijk geloof (net als in de eerste eeuwen van de jaartelling) tot een zeer kleine minderheid is gaan behoren. Hoog van de toren blazen is er in die context niet bij, het geeft namelijk nog meer vervreemding dan er al bij voorbaat is. Je standpunt kan niet automatisch rekenen op begrip, maar je zult juist van te voren moeten inschatten dat jouw invalshoek als vreemd en irrationeel opgevat zal worden. Spreken of denken vanuit een soort christelijke superioriteit en een achtergrond van ‘we hebben een christelijke cultuur gekend in Nederland’ maakt het nog vele malen erger. Dit laatste was niet expliciet aan de orde in de uitzending, maar wel valt op dat Mariska de Haas met vrij simpele argumenten (‘ik leerde het van mijn moeder’ en ‘zo is het gewoon’) blijkbaar uitgaat van een vermeend begrip voor haar denkkader. De vervreemding is merkbaar aan tafel en het gesprek raakt mee hierdoor uit balans.
  2. Argumenteren vanuit gedeelde kaders.  Een tweede element dat volgens mij van wezenlijk belang is in het gesprek tussen christenen in het publieke domein is dat je uitgaat van een dusdanige argumentatie dat er verbinding mogelijk is. Het bewustzijn dat christelijke keuzes een tegencultuur zullen bieden van tijd tot tijd, doet niets af aan het gegeven dat je verbinding zoekt in alles met anderen. Gedeelde argumentatie is daarbij voorwaarde. Concreet impliceert dit dat je niet aan kunt komen met ‘Freud’ anno 2012. Sinds Freud is er nogal wat gebeurd en dat hoor je in zo’n geval te weten. Gelovigen zullen dus hun dossier moeten kennen, net zo goed als atheïsten en wie dan ook. In dit geval: is het schadelijk voor kinderen om op te groeien in een liefdevol gezin van twee moeders? Is dat eenzijdiger of minder goed dan in een gemiddeld gezin van een vader en een moeder op te groeien? Hoe is de vergelijking met de vele gezinnen waar sprake is van echtscheiding, onveiligheid en problematiek? De gesprekspartners van Mariska de Haas gaan hierop in en het lijkt haar te verrassen, op z’n minst haar recht-door-zee redenering behoorlijk te doorkruisen. Dat is jammer. Een gemiste kans.
  3. Zoek naar het evangelie in de discussie. Voor mij betekent dat een paar dingen. Allereerst:choose your battles. Waarop wil je je richten als christen in het publieke domein. Ik ben van mening dat elke gelovige de plicht heeft zich deze vraag te stellen als hij of zij op televisie komt. Want je profileert je vanuit je christelijke wortels. Dat mag en het is lovenswaardig om het te doen, maar het vraagt tegelijk om zelfonderzoek. Sterker nog: een pijnlijk zelfonderzoek. Want is het dienstbaar aan het evangelie om van elk punt een strijdpunt te maken om je op te profileren? Christenen staan intussen door een gebrek op dit punt juist, bekend om het veelal ‘tegen’ dingen te zijn: tegen het homo-huwelijk, tegen homo-paren met kinderen, tegen van alles. Maar in dit concrete geval: ik kan me voorstellen dat er terechte kanttekeningen te plaatsen zijn bij een ouderschap van twee vaders of twee moeders. Ik kan me voorstellen dat je het belangrijk acht om de natuurlijke basis van een vader en moeder nog eens voor het voetlicht te halen. Maar de vraag is nu: moet je gezien de huidige context je zo profileren als ‘tegen’ op het punt van gelijke rechten voor homo-paren? Het gaat erom dat het evangelie, de essentie ervan tenminste overkomt in een cultuur die dit steeds meer kwijt raakt. Dat vraagt om focus en onderscheidingsvermogen. Ik zou liever op dit punt me bedenken. Persoonlijk zou ik hier niet bereid voor zijn puur een ‘tegengeluid’ te laten horen op tv. Daarbij komt het tweede element, nog belangrijker: als je in gesprek gaat, wat is dan het evangelie voor die ander? Ik vind het bijzonder pijnlijk dat iemand als Joop van der Ende, maar ook Barbara Barend in het gesprek wijzen op elementen die ik veel evangelischer duidt dan het geluid van Mariska de Haas. Ik doel op opmerkingen over veiligheid en liefde als basis voor kinderen. Juist genoemde personen argumenteren hier vanuit. Ik hoorde vanavond juist een verhaal van een homo-paar dat een kind had en vond dat enige vrouwelijke inbreng best goed zou zijn voor het (geadopteerde) kind. Ze vroegen een vriendin mee op vakantie. Dat is heel praktisch het evangelie in dit verhaal. Hoe kun je aanvullen wat in een gebroken en complexe werkelijkheid wellicht tekort komt? Die houding is minstens zo belangrijk als eventueel een kritisch tegengeluid laten horen. Durven christenen nog wel kwetsbaar te worden en in lastige situaties te zoeken samen met de ander naar het goede, het ware en het helende? Wat zou God willen geven aan mensen in een situatie als hier beschreven? Dat is een vraag die meer aandacht moet hebben.
  4. Eerst je inleven en naast iemand gaan staan, voordat je tegenover iemand staat. Ik ben er ook na deze uitzending van overtuigd dat het er primair om zal gaan dat gelovigen die Jezus als voorbeeld hebben ook zijn weg volgen als het gaat om je houding. Het was juist Jezus die de eerste decennia van deze jaartelling zich bekommerde om mensen die buiten de normale kaders vielen. Empathie is wel het eerste wat een christen in z’n pocket mag meenemen naar een dergelijke talkshow en naar elke andere ontmoetingsplek. Het is namelijk opvallend dat in dit geval je niet kunt klagen dat ‘het zo moeilijk is’ om je christelijk getuigenis te uiten. Dat gebeurde wel in de media achteraf, maar is niet terecht. Zowel Pauw als Witteman waren objectief en professioneel richting Mariska de Haas. Ook de bejegening van Barbara Barend en de andere gasten viel niet uit de toon. Te meer valt op dat het ontbrak aan inlevingsvermogen en gewoon het tonen van menselijkheid en begrip van de kant van Mariska de Haas. Is dat teveel gevraagd als je het ergens niet mee eens bent? Wordt het gesprek niet vele malen veelzeggender als je wel in staat blijkt om die ander te begrijpen, aan te voelen? Als je je twijfels dan uit omdat je het moeilijk vind dat je zelf toch andere accenten legt of totaal andere keuzes maakt? De vragen stellen is ze beantwoorden. In het spoor van Jezus en een authentiek christendom zie ik het niet anders dan dat empathie een eerste kenmerk moet zijn van christenen die capabel te zijn, om het gesprek weer te voeren in het publieke domein. Pas dan verwacht ik er ook weer iets van.

Intussen geloof ik dat christelijk geloof een geweldige bijdrage kan leveren in het publieke debat over tal van onderwerpen. Maar steeds meer begin ik te geloven dat dit allereerst een soms pijnlijke verandering en een behoorlijke geestelijke verdieping vraagt aan de kant van de gelovigen. De uitnodiging ligt er wel degelijk, de uitdaging is des te groter.