Geloven & Leven

Als schelden dodelijk wordt


Getagd: , , , , , , .

Na mijn vorige blog was ik er ook weer even klaar mee. Dacht ik tenminste. Ik maakte kritische kanttekeningen bij een televisieoptreden van Mariske Orbán-de Haas. Vooral wat er achter zit is de moeite waard: zijn gelovigen voldoende in staat een gesprek te voeren in onze post-christelijk land? Niet dus volgens mijn waarneming, maar nu wordt het twee weken later nog wat ingewikkelder. Luuk Koelman, journalist voor de gratis krant Metro schrijft een open brief over een tragische zelfmoord, in naam van Mariska de Haas.  Vervolgens zijn mensen boos op Koelman en doen bedreigingen, anderen zijn boos op Mariska de Haas en zij duikt tenslotte zelfs onder vanwege doodsbedreigingen. Snapt iemand dit nog?

Mariska de Haas mag de nodige irritatie hebben opgeroepen door haar manier van optreden, dit heeft ze niet verdiend. En erger: wat is er aan de hand als publieke discussies op deze manier worden vergiftigd en leiden tot massale bedreigingen? Het is behoorlijk ingewikkeld geworden. In het verlengde van wat ik eerder zei over de moeite die het kost, om een goed gesprek te voeren als christen in een post-christelijk land, wil ik nu de andere kant benoemen. Want niet alleen ontbreekt het aan goede christelijke gesprekspartners in de media. Het publieke gesprek wordt wel erg moeilijk door schreeuwen en schelden. Wie is hier de weg kwijt? Dodelijk is het, helaas soms letterlijk, maar niet minder dodelijk voor een respectvol en inhoudelijk gesprek. Dit raakt iets waar Nederland bijzonder trots op is: tolerantie.

Het ingewikkelde is goed terug te vinden in een reactie van Luuk Koelman, die nadat de Metro zijn stuk verwijderde, trots het op zijn eigen website laat staan en in de media als volgt reageerde op het onderduiken van Mariska de Haas:

“Ik geloof er helemaal niks van. Met alle respect, maar ik vind dit een beetje huilie huilie-gedoe. Ik denk dat dat puur effectbejag is. Met deze column wil ik laten zien dat Mariska de Haas precies hetzelfde doet als wat de pesters van Tim gedaan hebben: treiteren en buitensluiten.”

Met andere woorden: Koelman is een fel tegenstander van pesten en ziet een pester in Mariska de Haas, daarom schrijft hij misleidend onder haar naam een snijdende en grievende column en sneert hij nog na als hij hoort van de situatie bij Mariska. Wie pest nu wie?! Koelman is journalist, maar geeft weinig blijk van inzicht in basisregels rond integriteit en ethiek. Zijn venijnige persiflage in de Metro is de aanleiding dat de emoties tegen de redacteur van Katholiek Nieuwsblad zo uit de hand lopen. Blijkbaar valt dat niet onder hetgeen hij kritiseert: gebrek aan respect en tolerantie.

Het punt is dat het dus niet alleen Koelman is met een slecht gevoel voor smaak. Wat mij minstens zo raakt,  zijn de reacties die zijn actie weer oproept. We zijn wat kwijtgeraakt. Dat maakt gesprek over meer dan koetjes en kalfjes wel heel lastig. Ik houd me graag bezig met communicatie op het snijvlak van christelijk geloof en samenleving. En dan ben ik kritisch naar mezelf en geloofsgenoten. Daar is iets verloren gegaan: aanvoelingsvermogen en verbinding. Maar die verbinding lijkt ook aan de andere kant verdampt te zijn. Elke religieus geladen opmerking wordt vervolgens vijandig geïnterpreteerd, zonder enig inzicht waar we nu eigenlijk over praten. Is liberaal denkend Nederland nog zo in de ban van frustraties uit de tijd dat de kerk de morele lakens uitdeelde?

Dit is één van die momenten waar de overgevoeligheid voor religie en vooral christelijke gesprekspartners er van af druipt. De boosheid die het oproept heeft weinig te maken met de inhoud van de onderwerpen. Zelfs van iemand die moeite zou hebben met homoseksualiteit op grond van levensovertuiging (als dat al per sé voortvloeit uit christelijk geloof, wat al een karikatuur is), gaat geen enkele bedreiging uit. Maar de sfeer is intussen wel er één van dreigen en haat zaaien zodra iets niet past in het gevoel van eigen vrijheid.

Het mooie van diezelfde vrijheid is dat het de ruimte geeft om er anders over te denken. Tolerantie begint pas relevant te worden als er verschillen zijn. Daar was Nederland juist goed in geworden. Wat ik me afvraag is waarom het zo regelmatig toch niet lukt. Ik geef m’n mening graag voor een betere, maar ik kan het niet los zien van een groeiend gebrek aan bewustzijn op het niveau van diepere overtuigingen. Vanouds het terrein van geloof en zelfs van Bijbel en God. Het wegvallen van dergelijke richtingwijzers lijkt nu ons lelijk op te breken om de diepgang in het gesprek met elkaar te kunnen blijven duiden. Dat is nog meer een argument om de waarde te bepleiten van christelijke input in het publieke debat. Dat kan nog flink ingewikkeld worden, maar wordt al een stuk simpeler als aan beide zijden van discussies de gesprekspartners teminste één woord van Jezus zich zouden laten aanmeten als basis:

“Behandel anderen steeds zoals je zou willen dat ze jou behandelen.”

Voor wie dit te ver weg is, die kan ook terecht op de billboards in de stad: SIRE houdt een campagne met bovenstaande foto met wel het meest geroemde product van Nederland: tolerantie. De gulden regel zoals ook Jezus die geeft zou zowel gelovigen als mensen met allergie voor christelijke waarden en normen een heel eind op weg kunnen helpen en het gesprek doen veranderen van zowel toon als inhoud.

Ik blijf er naar uitzien.