Geloven & Leven

Vintage christendom


Getagd: , , , , , , , , , , .

NRC 22.12.12 over nieuwe kerkvormen

“De nieuwe kerk is vintage orthodox”, kopt deze zaterdag de NRC. In de spotlights vooral Stroom Amsterdam, maar ook een aantal andere initiatieven worden genoemd in het artikel, dat goed geschreven is. Zoals je van het NRC gewend bent komt er een stuk achtergrond en duiding bij kijken. Wat ik dan wel weer leuk vind is dat op twitter er reacties komen op de uitdrukking ‘vintage orthodox’. Ik proef dat dit niet direct herkend wordt door kerkgaande gelovigen. Het is interessant hoe contextualisatie van taal hier meespeelt en blijkbaar schuurt.

Als ik dit verhaal lees, en ik doe dat na een eerdere reportages in bijvoorbeeld het Parool, dan word ik er blij van en voel ik tegelijk de vervreemding die hier gethematiseerd wordt. Kijk naar typeringen, citaten en analyses en je proeft dat het pioniers weer lukt de verbinding te maken, die behoorlijk zoek was. Hun verhaal klinkt ongeschaafder dan je in kerkelijke bladen gewend bent, maar is ook helderder en klinkt authentiek. Neem bijvoorbeeld uitspraken als deze:

Mensen zoeken een ander geluid. Iets waar je tegenaan kunt trappen. En wat dan niet wijkt. Ze zoeken een geloof dat je terugziet in hoe iemand doet. Anders is het niks waard.”

Hij ziet dat het de jonge generatie beter lukt om ‘robuust geloof’ te combineren met openheid. „Jonge mensen kunnen dat. Ze houden zich niet in, ze zijn eerlijk over wat ze geloven. Maar ze rekenen anderen er niet op af als die dat niet kunnen.”

De nieuwe kerken (of communities, emerging churches, werkplaatsen, netunities – hoe ze zich ook noemen) zijn overal te vinden, behalve in een kerkgebouw.

Je kunt eigenlijk niet meer van nieuwkomers vragen om naar de kerk te komen. Ze gaan die culturele grens niet meer over. Het is allemaal zó anders: de muziek, de lange preken, de Bijbelse verhalen, samen zingen, het hele idee dat je je lang aan een gemeenschap bindt.

Neem ongehuwd samenwonen, zegt Horsman. “De normen van de kerk staan daar ver vanaf. Dan moet je mensen niet aanspreken op die norm, maar opnieuw beginnen met het verhaal van het christelijk geloof over liefde en trouw.”

Bij Kerst organiseert Stroom een kleine dienst, met gluhwein en avondmaal. Horsman: „We gaan niet concurreren met al die prachtige Kerstnachtdiensten in Amsterdam.” StroomWest bezoekt rondom Kerst een theatervoorstelling over radicalisering, en doet verder niks. Voorberg: „Kerst is zo’n wollig feest. Dat vier je maar met familie.”

Wat verrassend genoeg ontbreekt in het verhaal, is de sceptische journalist met kleine zinnetjes en een woordkeus, die het gezegde onderuit halen. Ook dat is niet zo nieuw: eerder was dit ook al het geval in het Parool dat Stroom Amsterdam al eens omschreef als bioscoopkerk. Volgens mij zijn we getuige van een klein wonder, een kentering die in dit soort verhalen zichtbaar wordt. Het is volgens mij vrucht van jaren zoeken en pionieren, van risico’s aangaan en niet bang zijn nieuwe wegen in te slaan. Dat wordt nu geframed als vintage orthodox. Mooie term of niet: het maakt iets duidelijk. Een paar korte gedachten daarbij van mijn kant. Ik was destijds betrokken bij de start van Stroom Amsterdam en ben momenteel zowel als zelfstandig coach als via Nederland Zoekt… betrokken bij missionaire kerkvormen. Dat maakt ook dat ik me zowel prettig voel bij dit soort verhalen als dat ik me ook bewust wordt van een vervreemding die ik zelf sindsdien heb doorgemaakt.

  1. Het verhaal van nieuwe pionierskerken klinkt authentiek en menselijk. Het gaat over vragen die nu leven, het gaat over samen met elkaar optrekken, over God in relatie tot het hier en nu en het gaat over sociale gerichtheid naar de samenleving. Het verhaal klinkt anders dan kerkelijke verhalen tot nu toe klonken en kiest andere woorden, legt andere accenten. Het is het begin van een contextualisatie-proces wat lang op zich heeft laten wachten, maar nu uitgerekend opkomt uit een relatief orthodoxe achtergrond. Dit verhaal is blijkbaar herkenbaar en maakt weer verbinding, zo zelfs dat kranten het blijkbaar interessant genoeg vinden er regelmatig over te schrijven. Wat mij betreft hoopvol, omdat verbinding wel het eerste is waar het om moet gaan.
  2. De vervreemding die een term als ‘vintage’ oproept bij een kerkgaand publiek is goed te begrijpen. Het grappige is dat vintage voor een seculiere Nederlander veel hipper klinkt dan zoals het hier en daar opgepikt wordt door gelovigen. Het gaat meer om authenticiteit, om iets dat oude wortels heeft en het maakt dat andere woordje ‘orthodox’ weer toegankelijk, want zonder die toevoeging was dat door de meeste Nederlanders al afgeschreven. De vervreemding zit in dit geval vooral in de kerkelijke genen die mensen meedragen: sinds wanneer is geloof en kerk ‘leuk’ of zelfs ‘sexy’? En als dat al zo is: mag je dat wel als aanbeveling zien of is het juist hetgeen, waar binnen kerkelijke kringen al zo tegen gewaarschuwd is als vorm van verwatering van het aloude geloof en een hellend vlak? Intussen vergeet je zo maar twee dingen: dit is contextualisatie van je taalveld. Werd hoog tijd. Kom op! En: zo vervreemdend was het geijkte taalveld nou ook voor een opgroeiende generatie binnen de kerk die steeds meer naar de rand van die kerkcultuur verdween.
  3. Leuk gevonden worden door een seculiere samenleving is nog geen bewijs dat het experiment geslaagd is. Dat is zeker waar. Maar evenmin is het een teken van oprecht geloof als een samenleving een kerkcultuur niet meer begrijpt en als irrelevant weggezet heeft. Op dit punt is er wel iets pijnlijks te melden. Vergelijk dit artikel in het NRC (en het eerdere artikel in het Parool) eens met berichtgeving rond Stroom zoals die meer intern plaatsvond afgelopen jaar. Dat is schrikken. De eigen kerkelijke achtergrond, de vrijgemaakt gereformeerde kerken, ervaren een dusdanige kloof dat een directe relatie met Stroom nu op de helling staat. Eerder wordt gedacht aan een lossere partnerschap. Breeduit gijzelde dit item een tijd de artikelen in ondermeer Trouw en het Nederlands Dagblad. Gevolg: weinig relevant, beeld bevestigend voor de klassieke kerk en het staat haaks op de analyses en beeldvorming zoals het NRC nu doet. Die schetst een kerkvorm die herkenbaar christelijk is, daarin zelfs ‘een ander geluid, iets dat niet wijkt’. Daarin figureert de term ‘vintage orthodox’ als framing voor iets wat we zo nog niet eerder gezien hebben. Een overstijging van het oude dilemma van orthodox-evangelisch en vrijzinnig-liberaal. Met andere woorden: een seculiere journalist weet deze beweging te duiden en voor een niet-kerkelijk kritisch lezerspubliek over het voetlicht te brengen, waar een hieraan verbonden traditioneel kerkverband, afstand begint in te nemen en vastloopt op interne discussiepunten.

Hoe dit verder gaat? Ik denk zoals het tot nu toe gegaan is: vooral aan de randen van de formele kerk (het instituut) en tegelijk hartelijk verbonden met die kerk. Daarin ligt een sterk punt: deze vernieuwende initiatieven gaan niet de interne strijd aan, maar richten zich op hun corebusiness: pionieren, zoeken en verbinden. Het zijn grensgangers, zoals Robert Doornenbal het onlangs noemde in zijn dissertatie CrossRoads. Dat geeft deze zoektocht iets eigengereids naar zowel de kerkelijke cultuur als naar de samenleving waar ze zo op gericht is. Spannend en voor wie er zelf iets van geproefd heeft: iets waarin geen weg terug is. En dat laatste hoeft ook niet: bij alles wat je leest en hoort uit de praktijk klinkt er vooral echtheid door als het gaat om geloof en leven. En dat biedt hoop. Zo je wilt: christelijke hoop.

Overigens in mijn kast staat een nieuwe fles late bottled vintage Port uit 2007. Niet verkeerd.