Amsterdam, Geloven & Leven

Franca Treur: afscheid van wat eigenlijk?


Getagd: , , , , , .

Franca Treur, stills uit de uitzending 13 januari 2013Je kunt mij op het puntje van de stoel krijgen als er op televisie een goed gesprek plaatsvindt over geloven en leven. Ik ben dan ook blij met de serie Adieu God? van de EO: gesprekken op het snijvlak van geloof en ongeloof. Op dit moment merk ik dat ik zit na te kauwen op de uitzending met Franca Treur. Dat gaat over wat zij zegt, hoe ze het zegt, en ook wel over de manier van interviewen door Tijs van den Brink. Laat ik het zo zeggen: ik vind het een mooi gesprek en tegelijk houd ik het gevoel dat het ergens hapert. Een reflectie bij het persoonlijke verhaal van een stadsgenoot, waar meer in zit.

Franca Treur zegt veel in de amper 25 minuten van de uitzending. Ik bewonder de open en authentieke houding waarmee ze vragen beantwoordt. Ze is dankbaar voor het succes van haar boek Dorsvloer vol Confetti, al weet ze met dat woord ‘dankbaar’ niet goed raad: naar wie? Geloof heeft ze losgelaten omdat het niet echt aannemelijk is voor haar en het leverde winst op: vrijheid en vooral zelf verantwoordelijk zijn. Er is verlies: er is niemand meer die over je waakt. Verlies van zingeving en dan je eigen verhaal moeten schrijven. Er zijn momenten dat ik het gevoel krijg als kijker eigenlijk een indringer te zijn in een intiem gesprek dat thuishoort in een setting  zonder camera’s. Over het thuis vertellen van haar breuk met geloof, de nasleep met kerk en vriendenkring. Wat blijft staan is dat ze inderdaad haar verhaal vertelt en voor mij oogt het niet als een koud afscheid. De hele expressie laat iets zien van openheid, echtheid en lijkt haast zoekend naar de juiste woorden en gevoelens.

Op dit punt maakt Franca waar wat ze ook beweert: ik schrijf nu mijn eigen verhaal. Op zoek naar woorden voor het onzegbare. Helaas wordt haar punt niet opgepakt door Tijs als ze aangeeft: gelovigen schrijven boeken eerder vanuit een vooropgezette overtuiging, waarheid. De kwetsbare authenticiteit die zij laat zien, tref je lang niet altijd zo sterk bij een gelovige die zijn of haar verhaal vertelt over God vinden en met God leven. Respect. En: auw.

Niet minder krijg ik het gevoel dat lang niet alles gezegd wordt. Ik kan haar daar geen ongelijk aan geven, maar het maakt wel dat het verhaal ook witte bladzijden kent. Ging het zo simpel: van een harde en duidelijke waarheid naar het ontmaskeren ervan omdat het niet aannemelijk is zoals de bijbel vertelt rond Jezus bijvoorbeeld? Gaf dat de doorslag? Is het een puur rationele keus? Op dit punt zit de stijl van interviewen van Tijs van den Brink me in de weg. Soms lijkt het te ongelijkwaardig, terwijl ze minder dan 10 jaar verschillen qua leeftijd. Hij lijkt soms de vader die haar ter verantwoording roept, interrumpeert en dus niet laat uitspreken, fronst, suggereert. In een confronterend interview zoals met een politicus mag dat, maar in een portretterend interview stoort dat me enorm. Voor de aardigheid heb ik ook een collage gemaakt van wat mimiek bij Tijs. Oordeel zelf. Een opener houding zonder oordeel past meer in deze kwetsbare setting is mijn idee.

Tijs vd Brink tijdens het interview met Franca Treur

Op dit punt vraag ik me af of hier niet een generatieverschil speelt. Franca oogt jong in haar opstelling, vrijer en minder grijpbaar. Anders dan een 60-er die vertelt van z’n breuk met het christelijk geloof van 30 jaar geleden. Het is ook verser bij haar. Tijs’ conclusie verbaast me dan ook: ‘ze heeft echt wel adieu tegen God gezegd’. Dat is maar de vraag. Ze is duidelijk geraakt op het moment dat Tijs Jezus een ‘toffe peer’ noemt. Snel voegt ze toe ‘dat is m’n achtergrond natuurlijk dat het klinkt als een vloek voor mij’. Het is nog zo verweven, ze is er juist niet los van. Zo lees ik haar boek overigens ook niet. Een zekere mildheid valt daar ook op en nu weer. Het is veel ingewikkelder volgens mij en je moet dat maar zo laten. Ik zie in Franca Treur meer iemand die in de stedelijke cultuur staat voor een jongere generatie. Ze verwoordt haar keuzes echter nog erg ‘modern’ (het gesloten paradigma van haar jeugdjaren), maar het zou me niet verbazen als ze veel postmoderner is in haar denken dan ze aangeeft.

Iets daarvan proef je in haar geslaagde pogingen het interview om te bouwen tot een gesprek. Tijs krijgt vragen die er niet om liegen. Mag hij twijfelen? En dan? Ik kan me voorstellen dat dit niet gemakkelijk is om dat als journalist op te pakken. Tijs kiest ervoor dat wel te doen, maar terecht is Franca achteraf wat teleurgesteld. Het gaat te gemakkelijk: ‘dan ga ik naar mijn directie en zoek ik een andere baan’. Precies de stap die zijn gast doorgemaakt heeft destijds en waarin zij weet waar ze het over heeft en Tijs dat niet doorleeft in zijn antwoord. Het geeft helaas vooral geen beeld van hoe christelijk geloof dan werkt als je hier over nadenkt. Gemiste kans.

Terug naar het verhaal van Franca Treur. Iets wat ook niet gezegd is en wat wel relevant is: zij heeft niet maar het christelijk geloof losgelaten, maar een specifieke zware orthodox-bevindelijke variant daarvan. Een vorm met markers als waarheid versus leugen, strenge ethische regels en een negatief mens- en wereldbeeld. Daarmee is het ook haast onmogelijk om te overleven in een stadscultuur: daar werkt dit inderdaad niet meer. Maar is dat het hele verhaal? Zo klinkt het wel. Niet naar de bioscoop of op zondag naar de Albert Heijn als je geen eten meer in huis hebt. Ik ben benieuwd of iemand als Franca Treur beseft hoeveel christenen ze tegenkomt bij die gelegenheden, een jongere generatie die dat probleemloos combineert met een inhoudelijk gefundeerd geloof.

Verbazing voel ik ook opkomen als ze vertelt van de bevrijding die ze doormaakte en dat ze toen pas merkte weer zelf verantwoordelijk te zijn voor haar keuzes. Dat is confronterend in de zin dat er dus vormen zijn waar ‘het geloof’ of ‘de kerk’ blijkbaar die verantwoordelijkheid overgenomen hebben, en je denkt vanuit een collectief? Ik herken tegelijk dit zelf niet. Als er niemand of niets is dat mij ter verantwoording kan roepen (behalve mijn eigen religieuze projectie), dan vervaagt voor mij juist het hele idee van persoonlijke verantwoordelijkheid. Ik kan hierin niet zonder een persoonlijke God. Zowel als coach als ook als theoloog en gelovige, kan ik niet anders dan uitgaan van die eigen verantwoordelijkheid en dus ook vrijheid. Ik maak keuzes, en ik draag daarin verantwoordelijkheid. Naar mezelf, naar anderen, en ten diepste dus vooral naar God. Het bevestigt voor mij dat dit afscheid van geloven bij Franca een beperking kent: afscheid van een bepaalde manier van geloven.

Mijn vraag die onbeantwoord blijft is: kan Franca Treur zich een geloof voorstellen dat anders is dan wat zij heeft afgewezen? Waarin vrijheid en liefde centraal staan en waarbij die twee juist alles te maken hebben met de Jezus die in haar verhaal versteend achterblijft in de Zeeuwse bevindelijkheid?