Geloven & Leven

Met welke God op de dansvloer van 2014?


Getagd: , , , , , , , .

Nieuwjaarsconcert 20142014 is een aantal uren jong en iedereen wereldwijd heeft die momenten weer beleefd waarbij beelden voorbijflitsen van maanden en meer uit je herinnering en dat sluimerende gevoel opkomt dat we hoop noemen om wat open ligt voor je. Het mag iets van opwinding hebben, iets van uitdaging, plannen maken en dat soort dingen, maar verder is het ook gewoon kwetsbaar naar mijn idee. Terugkijken is al lastig: door welke lens doe je dat? Wat zie je dan en hoe weeg je dat, wat waardeer je in welke mate? Vooruitkijken is nog weer een ander verhaal. Bekend zijn de voornemens die sneller vervlogen zijn dan de eerste maand van het jaar. Maar de kleurloosheid van het leven maar te leven zoals het komt en gaat als een troosteloze feitenbrei is een schrikbeeld dat mij in ieder geval niet aanspreekt. Misschien is het wel levenskunst om hier balans te kennen en bij alle realiteitsbesef je verlangens niet alleen te koesteren, maar ook te verbinden aan gedrag. Ik werd me bewust dat de overtuiging dat geloof in God hierin per definitie richting wijst niet aan die levenskunst ontkomt. Met andere woorden: niet automatisch biedt christelijk geloof adequate hoop en richting. Want we maken ons eigen vertaalslag en die doorloopt dezelfde stappen als andere dingen en waarnemingen. Wat krijgt accent, wat geef je welke plek in dat geloofsplaatje van hoop? Met welke God ga ik op weg, of iets nauwkeuriger: met welk godsbeeld?

Ik werd me dit bewust doordat ik mezelf afgelopen week aantrof met gekromde tenen, luisterend naar een spreker die Psalm 90 traditiegetrouw van de plank haalde. Voor wie hier niet zo mee vertrouwd is: Psalm 90 is een lied dat iets van een helicopterview biedt op de vluchtigheid van het menselijk leven, maar dat doet vanuit een heftig, spannend en beladen kader van Israël in de woestijnperiode. Op het eerste gezicht begrijpelijk als hier een voorliefde voor groeide om het bij een rite de passage als de jaarwisseling. Een lied met frases zoals:

Duizend jaar zijn in uw ogen
als de dag van gisteren die voorbij is,
niet meer dan een wake in de nacht.

Al onze dagen gaan heen door uw woede,
wij beëindigen onze jaren in een zucht.
Zeventig jaar duren onze dagen,
of tachtig als wij sterk zijn.
Het beste daarvan is moeite en leed,
het gaat snel voorbij en wij vliegen heen.

Laat ons uw genade zien, Heer, onze God.
Bevestig het werk van onze handen,
het werk van onze handen, bevestig dat.

Het slot maakt alles weer goed en is misschien wel het mooiste van de hele Psalm. Waarom mijn gekromde tenen dan? Wel, het was zeker 15 jaar geleden dat ik met oudejaar dit in een kerk meemaakte. Sindsdien had ik afscheid genomen van dit lied voor dit moment. En ik houd dat ook graag zo. Wat ik niet citeer is een hele lading aan oordeelsteksten. Het lied ademt de typische sfeer van het Oude Testament en is feitelijk een van die passages die veel vragen oproepen over God, geloof, genade en hoop. Wie de context recht doet, komt in een lastig parket dat volgens mij het geheel weinig geschikt maakt voor de jaarwisseling. Zelfs in bovenstaande citaten proef je dat nog ruimschoots. Het maakt klein, broos en schuldbewust. Niet verkeerd op zich, maar beseffen de liefhebbers van zo’n lied wel de impact die hier vanuit gaat? Met welk godsbeeld sluit je een jaar af en kijk je vooruit? Wat kies je als motor vanuit geloven in God?

Het bepaalt mij erbij dat bijbelverhalen geen kant-en-klare richtingwijzers zijn voor elk moment. Op de klank af kom je een eind met Psalm 90. Maar wie eerlijk kijkt proeft er ook iets in wat ook heel voelbaar is in bepaalde kringen binnen de reformatorische gezindte. Het zegt ook iets over ‘ons’ als we ons hier zo bij thuisvoelen en het bijna koesteren. Voor mij groeit de vervreemding op dit punt. Want als iets mij bezighoudt is het terugvinden van woorden van God in de tijd die wij vandaag beleven en de dag van morgen die we tegemoet gaan. Ik geloof niet dat de ontwikkeling van christendom hierin voldoende tred heeft weten te houden met wat nodig is. Nodig om verworteld te blijven of opnieuw te worden met wat de bron biedt, met wie God is, Christus en het leven dat hiermee verbonden is geraakt.

Wat wil ik mijn kinderen meegeven? Wat m’n vrienden vertellen, wat hebben we hier te melden op de drempel van een ongewis nieuwjaar? Welke God wil ik hier in de ogen kijken, met welke God stap ik over de drempel van een nieuwe periode? We maken hier onbewust of bewust keuzes. Ik kies voor het laatste. Dus las ik met m’n gezin oudejaarsavond bewust een andere Psalm. Ik sloeg één bladzijde om en durf dat wel aan: Psalm 91. Voor mij een wereld van verschil. Al is hier ook geen kant-en-klaar verhaal dat je kunt lezen zonder vragen te voelen opkomen. Maar het klinkt anders, zoals dit:

Wie in de beschutting van de Allerhoogste woont
en overnacht in de schaduw van de Ontzagwekkende,
zegt tegen de HEER: ‘Mijn toevlucht, mijn vesting,
mijn God, op u vertrouw ik.’

‘Ik zal bevrijden wie mij liefheeft
en beschermen wie met mijn naam vertrouwd is.
Roep je mij aan, ik geef antwoord,
in de nood zal ik bij je zijn,
je bevrijden en met roem overladen,
je overvloed geven van dagen.
Ik zal je redding zijn.’

Hier resoneert voor mij iets wat mij door de jaren heen kostbaar is geworden. Een God die zich niet van de wijs laat brengen door onheil, ongeluk en worsteling in mijn menselijke levensverhaal. Een God die mijn uitvalsbasis wil zijn, me opvangt en me zegent. Een God die naast me meegaat en belooft dat het uiteindelijke onheil mij niet zal kunnen breken. Dat is de God waar ik m’n ziel aan durf toe te vertrouwen, maar ook een God die mij vraagt rechtop te gaan staan op het slagveld van de tijd en hoopvol het gevecht aan te gaan. Meestal overigens vooral een gevecht met mezelf. Want theologen en sportcoaches zijn het over één ding eens: de grootste tegenstander zit in jezelf. Des te belangrijker dat mijn God groter is dan mijn beperkte ik en mijn al of niet goed bedoelde gedrag. Maar het doet er allemaal wel toe en het gaat wel ergens heen.

Nog een stap verder, want je kunt op dit soort momenten nog honderden andere ijkpunten kiezen als inspiratie voor geloof en leven. De beelden van het nieuwjaarsconcert vermengden zich een moment met mijn gedachten hierover. De dans op de tijdloze muziek van Strauss is van een schoonheid die weinig uitleg behoeft. Is het leven niet een dans op de dansvloer van de tijd? Ik vraag me af of God niet degene is die deze dansvloer zelf gecreëerd heeft en de dans ook bedacht heeft. Niet minder wordt ik ten dans gevraagd en moet ik zelf die dans uitvoeren met wie ik ben en wat ik kan. Elke danser wordt getraind en zal tegelijk beamen dat het alles uit hem of haar vraagt om te geven. Geen robots, maar wel degelijk een choreografie, danstechniek en aanwijzingen. Maar dan ook gaat alles los en is er schoonheid, dynamiek en leven.

Wat gebeurt er met het godsbeeld als God degene is die mensen ten dans vraagt? Als de herder van de eveneens zo populaire Psalm 23 in beelden van onze tijd geen kudde schapen leidt, maar een dans leidt? Dansleraar, choreograaf en danspartner. En misschien hebben we zelf wel meer invloed op de choreografie en de muziek, de dansstijl enzo meer, dan we willen erkennen? Dansen met God en met elkaar. Het is goed als mens te beseffen hoe klein en kwetsbaar je bent. Maar alles wat en wie we zijn in Gods ogen vraagt niet minder om onze verantwoordelijkheid te gaan zien en benoemen. We krijgen enorm veel ruimte, veel eigen verantwoordelijkheid om te kiezen en te handelen. Dan schaapachtig aan de rand van de dansvloer blijven staan kijken naar beelden van weleer die sterk onze afhankelijkheid blijven benadrukken lijkt dan eerbiediger dan het is. Ik wordt niet gevraagd toeschouwer te blijven bij de dans van enkele anderen, maar ik ben ten dans gevraagd en alles om me heen beweegt intussen al. Meebewegen is al iets, maar feitelijk nog niet meer dan passief de nieuwe situatie over je heen laten komen. Mijzelf daar tussen begeven en meedansen is waar het echt om gaat.

Vandaar mijn vraag: met welke God? Wat is werkelijk datgene vanuit christelijk geloof dat hoop geeft? Wat biedt richting aan mij in een jaar dat nog niet is ingevuld door het verleden (hoezeer dat ook een beperkte benadering is)? Jezus keerde ooit de kijkrichting om na woorden die de echo van Psalm 91 zouden kunnen zijn. Ik denk aan Matteüs 6. Na een relaas over Gods zorg voor je leven eindigt het met een oproep die het perspectief omkeert van individueel naar een groter geheel: zoek eerst het koninkrijk van God en al het andere zal je gegeven worden. Ik denk dat christenen anno 2014 in een land als Nederland er goed aan doen iets minder vanuit ‘ik’ te denken en meer de koppeling te maken naar ‘wij’ of zelfs ‘Gods wereld’. Het perspectief van het koninkrijk, of met andere woorden: het plaatje van de hele dansvloer en niet alleen mijn eigen kleine op mezelf gerichte plekje aan de zelfkant van het individualisme.

Christelijk geloof heeft steeds minder impact in onze samenleving. Dat kun je betreuren, maar er ligt ook een geweldige kans. Want het hangt samen met het feite dat ‘we’  ontzettend druk zijn geworden met onszelf. Intussen is er een samenleving die roept om hoop, om liefde, om bezielende verbindingen. Wil christelijk geloof hier opnieuw z’n vitaliteit kunnen laten zien, dan vraagt dat durf om de dans te dansen. De dans van deze tijd op deze dansvloer. Discussiegroepjes passen wel aan de zijlijn, maar kunnen nooit de dansvloer zelf bezielen. Ik verlang er naar God zozeer te vertrouwen dat ik stappen durf te zetten met anderen op deze wellicht gladde dansvloer. Om te komen op plekken waar ik niet eerder geweest ben en bewegen op een manier die ik niet gewend was.

Want God is groot genoeg, sterker nog: ik geloof dat hij het is die gevraagd heeft om deze dans.