Geloven & Leven

Deze dood is dodelijker dan we denken


Getagd: , , , , , , .

Zo rond Goede Vrijdag merk ik bij mezelf dat het me opnieuw overvalt hoe weinig grip ik kan krijgen op zo ongeveer de crux van het christelijk geloof. De dood van Jezus aan het kruis. Soms bekruipt me de gedachte dat we het met allerlei christelijke termen en metaforen ongemerkt wat te gebruiksvriendelijk gemaakt hebben met elkaar. Op deze Stille Zaterdag zijn we druk met boodschappen doen voor morgen en in m’n twitter tijdlijn gaat het al weer over Pasen of het nieuws van de dag. Intussen staan de 147 dode studenten in Kenia nog op ons netvlies: de wereld lijkt goed op stoom als het gaat om de dood.

Binnen de kerkelijke serene sferen lijkt de meest schokkende dood van de geschiedenis intussen klantvriendelijk verpakt in vriendelijke woorden. Jezus stierf voor onze zonden. Hij redt ons van de dood, betaalde de straf en is het ware offerlam voor God. Ware woorden, ik ga er niet aan tornen. Maar het mysterie moet veel groter zijn dat wat ingesleten christelijke uitdrukkingen.Soms zijn woorden amper meer drager van de werkelijkheid die er achter verscholen lag. In liederen klinkt al snel de persoonlijke dimensie: Jezus mijn redder. Hij stierf voor mij. Ik, mij, hier en nu. Maar is wat toen en daar plaatsvond niet veel verstrekkender dan de individuele boodschap die ik koester voor m’n eigen geluk?

De dood van de Zoon is radicaler. Ruwer. Grover. Dodelijker. Als ik iets van Pasen wil gaan oppikken en meenemen, zal ik bereid moeten zijn om het volle pond van de dood te nemen. Welke kosmische God zou ooit bereid zijn om iets van zichzelf de dood in te jagen? Als God staat voor leven, wat heeft de dood van Jezus dan in godsnaam nog met God te maken? Radicaler en onbegrijpelijker kun je het niet krijgen. De dood van God. Het afschermen door onderscheid te benadrukken tussen de Vader en de Zoon gaat niemand hier uithelpen. Het blijft de dood in het hart van God zelf. Niets gaat verder dan dat. God zelf is bereid de dood in de ogen te kijken. De Schepper trekt de stekker eruit. Alles valt uit. De Stille Zaterdag zou daar een kleine afspiegeling van moeten zijn, zoals Stein Fens in Trouw schrijft:

Het Paasfeest in Nederland is failliet. Net als banken in moeilijkheden door de overheid geholpen kunnen worden, zou er een opkoopregeling voor failliete feestdagen moeten komen. De regering stelt een strak regime in. Op paaszaterdag zijn alle winkels voortaan dicht, er wordt niet gesport, treinen en bussen rijden na acht uur ’s avonds niet meer. Het land valt stil en verandert in een grote graftombe. Pas in de vroege paasmorgen ontwaakt alles weer zoals die eerste keer.

De gedachte die mij bezighoudt is deze: in hoeverre hebben we de radicale dood van Jezus na 20 eeuwen zo’n beetje gedomesticeerd in de kerk? Hoe levend is het besef van deze allesbepalende dood in ons midden? Of is die ook failliet? De huidige ontwikkelingen in krimpende kerken maken ergens niet vrolijk. De andere kant ervan is dat allerlei eeuwenoude systemen in hun voegen kraken en de dood nabij zijn. Is dat ook niet goed nieuws? Als ik probeer na te denken over de betekenis van Jezus’ kruisdood, kan ik niet heen om de gedachte dat Jezus ook stierf voor systemen. Zijn dood is ook de dood van elk systeem dat zichzelf nog overeind wil houden. Nooit kun je wat dan ook rond geloof en spiritualiteit uitbesteden aan welk systeem ook. En dat lijkt wel precies zo vaak te gebeuren. Ook gelovigen en kerken zijn er goed in. Christelijke organisaties niet minder.

Regelmatig hoor ik bezielde predikanten zuchten over ‘kerkje spelen’, zoals ze dat zelf noemen. Het bewustzijn dat er iets moet gaan gebeuren dat veel verder gaat dan wat kleine aanpassingen aan de tijd, wint terrein. De blik op het kruis zou daarbij fors kunnen helpen. Soms vraag ik me af of Protestanten er niet goed aan doen het kruis met lichaam weer in ere te herstellen zoals de katholieken dat altijd al gehad hebben. Kijk de dood in de ogen en besef dat ook je persoonlijke systeem er niet aan ontkomt. Kijk om je heen en ga er werk van maken dat gezamenlijke systemen geen moment heilig zijn. Als kerken momenteel krimpen, zal daar veel over te zeggen zijn. Maar één ding laat me niet los: dat we het ook over onszelf afgeroepen hebben.

Neem onze zorgvuldigheid. Het klinkt nogal eens. Hoe vaker ik het hoor, hoe meer ik me afvraag of we de radicaliteit van Jezus’ dood en leven niet zorgvuldig ingezwachteld hebben. Zorgvuldig organiseren we onze christelijke gebruiken en onderlinge zorg in lief en leed. En waar gaat dat verder tot in de haarvaten van het onrecht in de wereld waar we in leven? Gerechtigheid bonst op de deuren van de samenleving en dus van de kerk. Verbinding met elkaar: de tafels waar ooit gegeten, geleefd en gedeeld werd, zijn vervangen door smetteloze liturgische kunstobjecten. Als Jezus vandaag opnieuw zou sterven zouden hele kerken instorten en moesten we van vooraf aan beginnen. Dat is de boodschap van het kruis. Terug naar de crux van geloven en leven.

Iemand die me inspireert op precies dit vlak is Paus Franciscus. Het lef en bijna naïviteit waarmee hij de bezem door de katholieke systemen durft te halen is volgens mij ongekend. Intussen klaagt de man over vermoeidheid en zinspeelt hij op een korte periode van zijn pontificaat. Zijn eigen mensen heeft hij intussen meermalen radicaal door het stof laten gaan in zijn publieke toespraken. De ziekte van de kerk krijgt woorden en beelden. Wie durft dat nog meer? Nergens is meer hoop voor de kerk van morgen als we vandaag ons hele kerkelijke hebben en houden de dood in durven te jagen. Kerk-zijn mag wel wat minder braaf, wat minder zorgvuldig en voorspelbaar.

God heeft een bijzonder onzorgvuldige kant. Hij laat de dood toe in zijn eigen domein en verkwanseld het leven van zijn enige Zoon. Jezus zelf was bijzonder onzorgvuldig in zijn vreemde voorkeur voor mensen met een smetje of meer dan dat. Die smet werd zijn dood. En dat verhaal is het enige wat hoop geeft voor de dag van morgen. Geen nieuw leven zonder een drastische dood. Een dood die continu voor onrust blijft zorgen. De zo zorgvuldig bewaarde wereld van de kerk staat op het punt dood te gaan. Het dwingt om die ene dood opnieuw te omhelzen en dan steviger dan ooit tevoren.

Leve de dood voor wie er in Jezus’ naam niet voor wegloopt. En stop met kerkje spelen. Wees liever eens doodstil en laat er nog veel meer doodgaan dan we ooit voor mogelijk gehouden hadden. Als eerste stap naar radicale liefde. In Jezus’ naam.